Geen step-up bij remigratie uit België


Samenvatting

Belanghebbende is eind 1991 geëmigreerd naar België. Eind 1994 heeft belanghebbende voor € 9.075 een aanmerkelijk belang verkregen in een in Nederland gevestigde bv. In 2003 is belanghebbende geremigreerd naar Nederland. De waarde van de aandelen bedroeg op dat moment € 611.640. Over de waardeaangroei vanaf het moment van verkrijging tot het moment van remigratie is in België geen belasting geheven. De inspecteur heeft bij beschikking de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang vastgesteld op de historische kostprijs van € 9.075. Volgens belanghebbende moet de verkrijgingsprijs € 611.640 bedragen. Rechtbank Den Haag (17 november 2015, nr. 15/2999, NTFR 2016/1170) heeft geoordeeld dat geen verhoging van de verkrijgingsprijs (step-up) hoeft te worden verleend. Redengevend daarvoor is dat de in art. 4.25, lid 2 en 3, Wet IB 2001 genoemde uitzonderingssituaties beide aan de orde zijn. Belanghebbende is namelijk voordien opgehouden in Nederland te wonen (lid 2) en het betreft aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap (lid 3). Een step-up wordt ook niet verleend op basis van art. 16, lid 3, Uitv.besl. IB 2001, omdat belanghebbende in de periode dat hij in België woonde buitenlands belastingplichtig was ter zake van de aandelen. Dat Nederland in die periode vanwege het belastingverdrag met België geen belasting had kunnen heffen als belanghebbende de aandelen had vervreemd, is niet relevant.

Feiten

2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1. Belanghebbende is op of omstreeks 18 december 1991 van…

Verder lezen
Terug naar overzicht