Geen teruggaaf omzetbelasting over uit faillissement gekocht schip wegens verleggingsregeling


Samenvatting

Belanghebbende drijft een onderneming waarvan de ondernemingsactiviteiten bestaan uit de exploitatie van de handel in, de verhuur van en de lease van binnenschepen. In 2007 heeft belanghebbende uit een faillissement een motorpassagiersschip gekocht. Direct voorafgaand aan de levering in 2008 is op het schip een recht van hypotheek gevestigd. Op de nota van afrekening is naast de koopsom een bedrag aan omzetbelasting vermeld. In de aangifte omzetbelasting heeft belanghebbende de omzetbelasting teruggevraagd. In geschil is of de inspecteur deze teruggaaf terecht heeft geweigerd, omdat de verleggingsregeling van art. 24ba, lid 1, onderdeel d, Uitv.besl. OB 1968 (levering van een in zekerheid gegeven zaak aan een ondernemer tot executie van die zekerheid), die op 1 januari 2008 is ingegaan, had moeten worden toegepast. Dit is volgens Rechtbank Den Haag het geval. De feiten laten naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie toe dan dat het schip in zekerheid was gegeven. Verder is pas in januari 2008 de factuur ter zake van de levering van het schip uitgereikt en de vergoeding betaald, zodat de belasting in dat tijdvak verschuldigd is geworden. De verleggingsregeling was toen van toepassing. De rechtbank oordeelt tevens dat aan toepassing van de verleggingsregeling niet in de weg staat dat partijen een koopsom inclusief omzetbelasting zijn overeengekomen, dat sprake is van executie van een zekerheidsrecht, dat voor toepassing van de verleggingsregeling het tijdstip van levering en niet het tijdstip van het sluitend van de overeenkomst bepalend is, en dat de verleggingsregeling niet in strijd is met art. 3:270 BW noch met Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn.

(Beroep…

Verder lezen
Terug naar overzicht