Geen toepassing bedrijfsopvolgingsfaciliteit art. 35b, lid 2, SW 1956


Samenvatting

Eiser doet na een verkrijging van aanmerkelijkbelangaandelen in een bv die panden verhuurt, een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van art. 35b SW 1956. In geschil was de vraag of de werkzaamheid van deze bv bestaat uit het onmiddellijk of middellijk beleggen van vermogen of daarmee overeenkomende werkzaamheid als bedoeld in art. 35b, lid 2, onderdeel b, SW 1956. Volgens de rechtbank moet voor de beantwoording van deze vraag worden aangesloten bij art. 8, lid 7, Wet VPB 1969, zoals dat lid tot 1 januari 1998 gold. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die het oordeel rechtvaardigen dat de werkzaamheden van de bv meer omvatten dan het beleggen van vermogen of een daarmee overeenkomende werkzaamheid. Eiser heeft niets concreets gesteld ten aanzien van de doelstelling en de feitelijke werkzaamheden van (bestuurders of personeel van) de bv, het daarmee gemoeide tijdsbeslag en de behaalde rendementen. Evenmin zijn feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de werkzaamheden waren gericht op het verkrijgen van een waardestijging die, of een rendement dat hoger is dan bij normaal vermogensbeheer zou kunnen worden verwacht.

(Beroep ongegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht