Geen toepassing van de verzilveringsregeling


Samenvatting

Belanghebbende was in 2003 gehuwd. Zij had in dat jaar geen inkomsten. Aan belanghebbende is in verband met de verhoging van de gecombineerde heffingskorting een voorlopige teruggaaf verleend van € 1.757. De partner heeft in dat jaar wel inkomsten genoten. In zijn aangifte heeft hij onder meer persoonsgebonden aftrek van € 2.844 in aanmerking genomen. De aan de partner opgelegde aanslag is conform de aangifte. Bij het vaststellen van de aanslag van belanghebbende is het bedrag van de gecombineerde heffingskorting op € 879 vastgesteld. Belanghebbende is in 2005 gescheiden. Haar partner heeft niet meegewerkt aan een herverdeling van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen (besluit van 31 juli 2007, nr. CPP2007/583M, NTFR 2007/1448). In geschil was of de zogenoemde verzilveringsregeling (KB van 29 maart 2004, Stb. 2004/152) kon worden toegepast. Volgens het hof kon deze regeling hier niet worden toegepast. Het hof wijst er daarbij op dat de partner van belanghebbende in 2003 ter zake van de persoonsgebonden aftrek voor het volledige bedrag een belastingvoordeel heeft genoten.

(Hoger beroep ongegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht