Naar de inhoud

Geen toerekening grove schuld van controller die in dienst is bij gelieerde vennootschap

Samenvatting

Belanghebbende verricht activiteiten op het gebied van projectontwikkeling. De aandelen van belanghebbende worden gehouden door A bv (40%) en B bv (60%). B bv is tevens directeur en enig aandeelhouder van C bv. De heer D (D) is controller bij C bv en verzorgt de administratie van belanghebbende. Bij een boekenonderzoek is geconstateerd dat D bij de aangiftes omzetbelasting de pro-rataberekening (zoals bedoeld in art. 11, lid 1, onder c, Uitv.besch. OB 1968) niet goed heeft toegepast. De inspecteur heeft een naheffingaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete opgelegd. In geschil is of de boete terecht is opgelegd.

Rechtbank Arnhem oordeelt dat de door D gemaakte vergissing zodanig ernstig en verwijtbaar is, dat sprake is van grove schuld. Wat de toerekening van deze grove schuld aan belanghebbende betreft, oordeelt de rechtbank dat D niet kan worden gezien als een externe adviseur van belanghebbende. Ook kan D niet worden aangemerkt als een werknemer van belanghebbende, aangezien hij in dienst is van een andere, gelieerde, vennootschap. Op grond van jurisprudentie van de strafkamer van de Hoge Raad (HR 21 oktober 2003, NJ 2006, 328, LJN: AF7938) oordeelt de rechtbank dat toerekening van de grove schuld in dit geval achterwege moet blijven. Daarbij acht de rechtbank van belang dat niet kan worden gezegd dat belanghebbende heeft aanvaard of placht te aanvaarden dat D dergelijke fouten maakte. Ook is volgens de rechtbank geen sprake van grove schuld van belanghebbende zelf, nu belanghebbende erop mocht vertrouwen dat D zijn werk goed zou doen.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

1. …