Geruisloze terugkeer; vragen en antwoorden (2004.26.3108)


In dit besluit beantwoordt de staatssecretaris van Financiën vragen met betrekking tot de regeling voor een geruisloze terugkeer van art. 14c Vpb.

Een van de vragen luidt als volgt: een BV heeft één aandeelhouder, die in gemeenschap van goederen is gehuwd. Kan de andere huwelijkspartner de gehele onderneming voortzetten, ook als hij of zij geen enkele betrokkenheid bij de onderneming heeft?

Antwoord: ja, de andere huwelijkspartner kan de gehele onderneming voortzetten. De andere partner kan op grond van de 10e standaardvoorwaarde na de geruisloze terugkeer de onderneming voortzetten. Hij of zij moet wel kunnen worden aangemerkt als ondernemer in de zin van art. 3.4 Wet IB 2004.

De redactie van Vakstudie Nieuws merkt op dat de per 1 januari 2001 geïntroduceerde regeling voor een geruisloze terugkeer inmiddels heeft geleid tot verschillende besluiten. Op 19 december 2002 (Notafax 2003, nr 18) verscheen een eerste vraag- en antwoordenbesluit. In het besluit van 29 maar 2004 (ND 2004.19.3080) beantwoordde de staatssecretaris een vraag met betrekking tot de toepassing van de faciliteit na een ruisende inbreng.

Besluit staatssecretaris 14 mei 2004, nr CPP2004/585M, V-N 2004/28.15

Verder lezen
Terug naar overzicht