Heffing KSB over buitenlands pokerspel kan door de Europese mensenrechtenbeugel


Samenvatting

Belanghebbende heeft in 2007 prijzen gewonnen met het spelen van poker via internet. De aanbieder van het pokerspel was gevestigd in het buitenland. De inspecteur heeft ter zake van deze prijzen naheffingsaanslagen kansspelbelasting opgelegd aan belanghebbende. Belanghebbende stelt dat deze heffing in strijd is met art. 1 EP (bij het EVRM). Heffing van KSB op pokerspelen was volgens belanghebbende niet voorzienbaar omdat de staatssecretaris bij de behandeling van het wetsvoorstel van de wijziging van de kansspelbelasting uitlatingen heeft gedaan waaraan belanghebbende het vertrouwen heeft ontleend dat de door hem behaalde winsten niet in de heffing van KSB zou worden betrokken. De rechtbank verwerpt dit betoog. Het had voor belanghebbende voldoende duidelijk kunnen zijn, zo nodig met het inwinnen van juridisch advies, dat sprake was van een buitenlands kansspel en dat hij over de hiermee gewonnen prijzen belastingplichtig was. Ook is geen sprake van een individuele en buitensporige last wanneer geen rekening wordt gehouden met de door belanghebbende gedane inzetten. Deze wijze van heffing is niet van iedere redelijkheid ontbloot en valt binnen de wetgever toekomende ruime beoordelingsmarge. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt door de rechtbank verworpen.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Over artikel 1 van het eerste protocol bij het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: art. 1 EP bij het EVRM) is inmiddels een ruime hoeveelheid jurisprudentie verschenen. Uit die jurisprudentie blijkt dat een beroep op art. 1 EP (bij het EVRM) door de rechter niet snel wordt gehonoreerd. Ook in het onderhavige geval komt de rechtbank tot de conclusie dat de belastingheffing op grond van de kansspelbelasting niet…

Verder lezen
Terug naar overzicht