Heffingsrente voor grensarbeider deels in strijd met beginsel van fair play


Samenvatting

Belanghebbende was inwoner van Nederland en werkzaam in België. Hij heeft recht op de compensatieregeling voor Nederlandse grensarbeiders. Belanghebbende heeft een formulier 'Verzoek voorlopige teruggaaf' ingediend waarin hij zijn geschatte inkomsten heeft vermeld. Ten slotte moet belanghebbende op zijn definitieve aanslag een fors bedrag bijbetalen en krijgt hij € 485 aan heffingsrente in rekening gebracht. Belanghebbende stelt dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) zijn geschonden en claimt vernietiging van de beschikking heffingsrente. Rechtbank Breda (NTFR 2007/2098) heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. De inspecteur komt in hoger beroep. Hof Den Bosch verwijst naar HR 6 februari 1998, nr. 16.329, waarin werd geoordeeld dat de overheid te allen tijde het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van fair play dient te hanteren in de contacten met de burger. De compensatieregeling voor de grensarbeiders is een zodanig complexe zaak dat er sprake is van een in het arrest bedoelde wisselwerking tussen twee of meer ingewikkelde regelingen. De inspecteur had omtrent deze regelingen en het risico van achteraf te hoog verleende voorlopige teruggaves – met als consequentie te betalen heffingsrente – open kaart moeten spelen. Het hof vindt evenwel niet dat alle factoren die de desbetreffende heffingsrente hebben veroorzaakt voor rekening van de inspecteur moeten komen. Met name de te lage schatting van het loon komt, met al zijn consequenties, voor rekening van belanghebbende. Uit dit oordeel volgt een gedeeltelijke vermindering van de beschikking heffingsrente.

(Hoger beroep gegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht