Het belang van economische eigendom (2005.34.3096)


X is enig aandeelhouder en bestuurder van ‘ zijn’ BV. X wil in 1997 een pand kopen en dit financieren met een lening van de BV. Omdat onduidelijk is of de BV een lening mag verstrekken, koopt de BV het pand en sluit zij een put- en call-optie met X zodat de BV geen risico zal lopen ten aanzien van de waardeontwikkeling. Beide opties hebben dezelfde uitoefenprijs en dezelfde uitoefenperiode. Tevens gaan X en zijn BV een huurovereenkomst aan met betrekking tot het pand tegen een…

Verder lezen