Naar de inhoud

Hoe je politiek bij de burger betrekt (en niet andersom)

Mij kwam laatst een cv onder ogen waarin iemand onder interesses ‘wonen’ had ingevuld. Het verbaasde mij omdat ik ‘wonen’ tot dan toe had beschouwd als een noodzakelijke levensbehoefte en niet als iets waartoe iemand zich in meerdere of mindere mate aangetrokken kon voelen. De interesse bleek vooral verband te houden met vraagstukken van binnenhuisarchitectuur en werd gevoed door een overweldigende hoeveelheid boeken, tijdschriften, televisieprogramma’s en websites die het wonen – het moet gezegd – inderdaad tot kunst lijken te verheffen.

Ook in Arnhem en Rotterdam bleken er mensen te zijn met een passie voor wonen. Zozeer zelfs dat zij een referendum aanvroegen over de woningplannen van hun respectievelijke gemeenten. In ieder geval het Rotterdamse referendum liep uit op een deceptie. Met een opkomst van 16,9 procent in plaats van de minimaal vereiste 30 procent was het referendum niet geldig. Het Arnhemse referendum was wel geldig nu er geen minimale opkomst vereist was. Dan nog viel de opkomst (24,1 procent) wat tegen. Over de onzinnigheid van geldigheid bij referenda die toch niet juridisch bindend zijn, is de laatste tijd genoeg geschreven. Daarmee is niet gezegd dat opkomst onbelangrijk is. Het is namelijk wel degelijk een graadmeter voor de mate waarin burgers warmlopen voor de onderwerpen die in het referendum worden geagendeerd. Wanneer belangstelling (zeer) beperkt is, moet de vraag worden gesteld of een te organiseren referendum niet een te groots opgetuigd en te duur instrument is. Het kan bovendien leiden tot negatieve beeldvorming rondom het referendum op zich.

Ik vind dat jammer. Afhankelijk van hoe het is vormgegeven, kan een referendum…