Hof Amsterdam 01-05-2003, JAR 2003, 144


Gefixeerde schadevergoeding. Kennelijk onredelijk ontslag. Keuze nietigheid/schadeplichtigheid. Ontslag op staande voet.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 144.

(Zie voorgeschiedenis HR 07-06-2002, Greeven/Connexxion, RvdW 2002, 97, JOL 2002, 322, JAR 2002, 155, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2002, blz. 172). De werkgever heeft de werknemer, buschauffeur, op staande voet ontslagen omdat hij een aantal keer gratis piekkaartjes aan passagiers voor NLG 1,-- per stuk heeft verkocht. De werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen en heeft bij wege van voorlopige voorziening doorbetaling van loon en tewerkstelling gevorderd. Deze vorderingen zijn afgewezen. De werkgever heeft vervolgens voorwaardelijk ontbinding verzocht. De kantonrechter heeft dit verzoek ingewilligd zonder toekenning van een vergoeding. Nog voordat deze beschikking was ontvangen, heeft de gemachtigde van de werknemer, na telefonisch contact met de griffie, het beroep op de nietigheid ingetrokken en vervangen door een beroep op de onregelmatigheid en de kennelijke onredelijkheid. Vervolgens is tot aan de Hoge Raad geprocedeerd over de vraag of deze switch in de gegeven omstandigheden toelaatbaar was. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit het geval was. De zaak is vervolgens terugverwezen naar het Hof Amsterdam ter verdere beoordeling. Het hof overweegt dat, nu vast is komen te staan dat de werknemer alsnog een beroep op de onregelmatigheid van het ontslag op staande voet mocht doen, beoordeeld moet worden of de werknemer de werkgever een dringende reden voor ontslag heeft gegeven. Het hof stelt in dit opzicht vast dat de werknemer het door de werkgever in hem gestelde vertrouwen heeft beschaamd en de goede naam van de werkgever in gevaar heeft gebracht, maar dat niet aannemelijk is geworden dat hij op meer dan beperkte schaal piekkaartjes heeft verkocht. Daarnaast acht het hof het niet uitgesloten dat het feit dat er naast gratis piekkaartjes ook piekkaartjes bestonden waarvoor wel NLG 1,-- moest worden betaald, bij het publiek enige verwarring heeft opgeroepen en dat de werknemer daarop niet adequaat heeft gereageerd. Gelet hierop en op de lange duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer op het moment van het ontslag en de financiële gevolgen van het ontslag moet worden geoordeeld dat aan de werknemer weliswaar een ernstig verwijt kan worden gemaakt van zijn gedrag, maar dat dit verwijt niet zo ernstig is dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. Het ontslag is derhalve onregelmatig en de vordering tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ad € 7.477,39 is toewijsbaar. De handelwijze van de werknemer zou wel een regelmatig ontslag hebben gerechtvaardigd zonder toekenning van een vergoeding. Daarom is het ontslag niet kennelijk onredelijk en heeft de werknemer uit dien hoofde geen recht op een vergoeding.

Terug naar overzicht