Hof Amsterdam 29-07-2004, NJF 2004, 579


Aansprakelijkheid werkgever. Goed werkgeverschap.

De KLM dienstbedrijfsbeveiliging heeft enige gegevens van een uitzendkracht, onder andere met betrekking tot een tegen hem gerezen verdenking van verduistering op Schiphol, bewaard en doorgegeven aan Martinair. De uitzendkracht vordert schadevergoeding op grond van art. 9 Wet Persoonsregistraties (WPR) en subsidiair op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank wijst de vordering af omdat niet gebleken is dat KLM ten aanzien van de uitzendkracht een persoonsregistratie heeft bijgehouden. In hoger beroep stelt het hof vast dat niet gebleken is dat KLM de gegevens geautomatiseerd heeft verwerkt, dan wel die gegevens in een bestand heeft opgenomen. De rechtbank heeft de primaire vordering dan ook terecht afgewezen. Met betrekking tot de subsidiaire vordering is het hof van oordeel dat de vennootschappelijke relatie tussen KLM en Martinair in het midden kan blijven. Uit de stukken blijkt dat KLM en Martinair nauw samenwerken op verschillende terreinen en dat Martinair niet over een eigen bedrijfsbeveiligingsdienst beschikt en dus gebruikmaakt van KLM Security Services. Gelet hierop en op de aard van de ervaring van KLM met de uitzendkracht, kan het KLM niet kwalijk worden genomen dat zij, nadat zij de uitzendkracht had afgewezen voor de functie van grondsteward, Martinair heeft ingelicht, gezien de kans op een mogelijke sollicitatie bij Martinair. Daar niet gebleken is dat KLM bewust onjuiste of onnodig grievende informatie heeft doorgegeven, is er geen sprake van onrechtmatig handelen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Terug naar overzicht