Hof Amsterdam stelt (aanvullende) prejudiciële vragen over verbindendheid BUA


Samenvatting

Belanghebbende heeft in haar aangifte geen voorbelasting afgetrokken voor de volgende uitgaven:

  • Auto’s ter beschikking gesteld aan het personeel die mede voor privédoeleinden worden gebruikt. Voor sommige auto’s is door het personeel een bijdrage verstrekt;

  • Mobiele telefoons ter beschikking gesteld aan het personeel die mede voor privédoeleinden worden gebruikt;

  • Verstrekkingen tegen vergoeding van spijzen en dranken aan het personeel;

  • Het optreden door een diskjockey op een personeelsfeest (entertainment);

  • Makelaarskosten in verband met het zoeken van woonruimte voor een werknemer (huisvesting);

  • Een relatiegeschenk voor een door een werknemer uitgenodigde relatie.

Belanghebbende komt in bezwaar, omdat de voorbelasting met betrekking tot bovengenoemde kosten volgens haar wel kan worden afgetrokken op grond van het BUA. Rechtbank Haarlem heeft het beroep gegrond verklaard.

In HR 14 november 2008, NTFR 2008/2311 zijn prejudiciële vragen gesteld betreffende de verenigbaarheid van het BUA met de Zesde Richtlijn. De vragen die zijn gesteld betreffen de mogelijkheid de aftrek van belasting uit te sluiten voor een categorie uitgaven omschreven als ‘het gelegenheid gegeven tot privévervoer’ en de mogelijkheid die aftrek slechts uit te sluiten voor zover het gebruik van goederen en diensten toerekenbaar is aan privédoeleinden van het personeel. Hof Amsterdam stelt aanvullende prejudiciële vragen over de verbindendheid van het BUA. De vragen betreffen kort gezegd of de categorieën uitgaven zoals hierboven omschreven, voldoende bepaald zijn, of de aftrek voor een gedeelte kan worden uitgesloten als een vergoeding in rekening is gebracht en of het forfaitaire karakter van de kantineregeling, waarbij niet kan worden uitgesloten dat in een individueel geval in enig jaar de werkingssfeer van de beperking van de aftrek wordt uitgebreid, in…

Verder lezen
Terug naar overzicht