Hof Arnhem 21-11-2000, NJ 2001, 540


Bedrijfsongeval (verhaal particuliere ziektekostenverzekeraar).

Een vakantiewerknemer overkomt, staande in de laadruimte van de bestelbus van zijn werkgever, een verkeersongeval. Zijn ziektekostenverzekeraar zoekt verhaal bij de motorrijtuigenverzekeraar van zijn werkgever. Zowel de rechtbank als het Hof oordelen dat de ziektekostenverzekeraar geen regres toekomt. De Hoge Raad stelt in zijn arrest van 26-09-1994 (Nationale Nederlanden/Woutsend, RvdW 1994, 176, JAR 1994, 214, NJ 1996, 329, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1994, blz. 106) dat het Hof dit op onjuiste gronden heeft geoordeeld, vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam. Het arrest van dit Hof wordt eveneens vernietigd door de Hoge Raad in zijn uitspraak van 07-01-2000, RvdW 2000, 14, JOL 2000, 3, NJ 2000, 212 en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem. Volgens het Hof kan niet gezegd worden dat de door de werknemer geleden schade mede het gevolg is van zijn nalaten het ziekenfonds aan te spreken. De werknemer is door dit nalaten een voordeel misgelopen dat op grond van art. 83a Ziekenfondswet met de schade zou zijn verrekend. De vraag of het misgelopen voordeel bij vaststelling van de te vergoeden schade in rekening moet worden gebracht is in het eerder genoemde arrest van de Hoge Raad ontkennend beantwoord. Met betrekking tot de vraag of er sprake is van eigen schuld van de werknemer overweegt het Hof dat vaststaat dat de collega-werknemer te hard heeft gereden en deze omstandigheid weegt des te zwaarder gezien de aanwezigheid van de werknemer in de laadruimte. De bijdrage van de werknemer aan zijn schade in verhouding tot de bijdrage van de collega stelt het Hof vast op 25%. Omdat er geen ander alternatief was dan plaats te nemen in de laadruimte dient het verwijt aan de zijde van de werknemer echter te worden beperkt tot 15%. Het Hof veroordeelt de motorrijtuigenverzekeraar tot het betalen van NLG 39.982,65 vermeerderd met de wettelijke rente

Terug naar overzicht