Hof 's-Gravenhage 08-04-1999, JAR 1999, 161


Kennelijk onredelijk ontslag. Directeur. Gefixeerde schadevergoeding. Schadeloosstelling (C=0,7).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 161.

Een 50-jarige statutair directeur (28 jaar in dienst, salaris NLG 19.600,30 bruto per maand) wordt drie jaar na verkoop van zijn aandelen in de vennootschap, waarbij is afgesproken dat hij vijf jaar als statutair directeur in dienst zou blijven, ontslagen op grond van wanbeleid. De rechtbank oordeelt het ontslag onregelmatig en kent de werknemer een schadevergoeding toe op grond van art. 1639r BW (oud). Bovendien kan de werkgever geen rechten ontlenen aan het concurrentiebeding nu hij schadeplichtig is. De rechtbank wijst een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag echter af. In het hoger beroep van de werknemer overweegt het Hof dat een ontslag niet kennelijk onredelijk is vanwege het enkele feit dat er geen financiële regeling is getroffen. Dit is mede afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Gezien de leeftijd van de werknemer, de duur van het dienstverband en het met de koper van de aandelen overeengekomen concurrentiebeding is het Hof van oordeel dat het ontslag zonder inachtneming van een ruime opzegtermijn dan wel een redelijke geldelijke vergoeding in beginsel als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd. Met betrekking tot het argument van de werkgever dat in de aan de werknemer betaalde koopsom voor zijn aandelen mede was begrepen een bedrag ter afkoping van alle aanspraken uit hoofde van de tussen de werknemer en de werkgever bestaande arbeidsverhouding, overweegt het Hof dat dit niet blijkt uit de overgelegde koopovereenkomst. Bovendien kan een dergelijk beding niet leiden tot de conclusie dat wanneer de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet een naderhand verleend ontslag niet als kennelijk onredelijk kan worden beschouwd noch dat geen acht zou mogen worden geslagen op de duur van de arbeidsovereenkomst voorafgaand aan het aangaan van het beding. Het Hof vernietigt het vonnis en veroordeelt de werkgever, uitgaand van de kantonrechtersformule, waarbij ook de dienstjaren voorafgaand aan de aandelenoverdracht worden meegeteld en C wordt vastgesteld op 0,7, tot betaling van NLG 452.000,-- bruto.

Terug naar overzicht