Hof 's-Hertogenbosch 24-06-2003, JAR 2003, 210


Loon. Ontbinding gewichtige redenen. Ontslag op staande voet. Schadeloosstelling. Verrekening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 210.

De werknemer is in dienst geweest van Datelnet Conversie B.V. Tussen de werknemer en Bruscom B.V., eiseres in deze zaak, die de aandelen hield in de moedermaatschappij (Datelnet Groep B.V.) van Datelnet Conversie B.V., is op 6 januari 2000 een overeenkomst gesloten inhoudende dat de werknemer door hem verkregen opties niet zal uitoefenen en dat daartegenover door Bruscom aan hem een vergoeding zal worden betaald. Op 24 oktober 2000 heeft Datelnet Conversie de werknemer op staande voet ontslagen wegens (beweerdelijke) fraude. Bij vonnis van 29 oktober 2001 heeft de kantonrechter het ontslag vernietigd. Datelnet Conversie heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van 1 maart 2001 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en Datelnet voorwaardelijk ontbonden onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer. Bruscom heeft vervolgens onder zichzelf beslag laten leggen in verband met schade toegebracht door frauduleus gedrag van de werknemer en terugbetaling door de werknemer van geldleningen. Ook zijn Bruscom en Datelnet een procedure begonnen waarin zij ontbinding van de optieovereenkomst vorderen. In onderhavig kort geding vordert de werknemer betaling van de vergoeding uit hoofde van de optieovereenkomst van 6 januari 2000 alsmede opheffing van het door Bruscom gelegde beslag. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen toegewezen. Op het hoger beroep van Bruscom verwerpt ook het hof, evenals de voorzieningenrechter, het standpunt van Bruscom dat de werknemer misbruik van recht maakt door alleen een kort geding te starten en geen bodemprocedure. Gebleken is dat Bruscom zelf een bodemprocedure heeft aangevangen en bovendien is de procedure niet zo ingewikkeld dat een kort geding niet mogelijk is. De optieovereenkomst dient naar het oordeel van het hof uitgelegd te worden aan de hand van het Haviltex-criterium. Dit brengt mee dat ervan uit moet worden gegaan dat Bruscom de opties heeft teruggekocht en dat deze niet, zoals Bruscom stelt, zijn blijven bestaan en vervolgens zijn komen te vervallen door het ontslag op staande voet. De opties zijn niet reeds verdisconteerd in de beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Niet is gebleken dat de ontbindingsrechter de opties heeft meegewogen bij zijn uitspraak en bovendien gaat het om een vordering die los staat van de beëindiging van het dienstverband. Het hof is verder van oordeel dat de voorzieningenrechter een juiste berekening heeft gemaakt van de waarde van de opties en dat de kans dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de optieovereenkomst ontbonden dient te worden wegens fraude door de werknemer gering is.

Terug naar overzicht