Hoge Raad 01-12-2000 (X/NVC), JOL 2000, 606


Wederzijds goedvinden (beëindigingsovereenkomst). Sociaal plan (Haviltex-formule) (sectoraal).

Een werknemer komt met de directeur van de werkgever een beëindigingsovereenkomst overeen waarin het sectorale sociale plan van toepassing is verklaard. Op grond van dit sociale plan wordt voor werknemers ouder dan 55 jaar doch jonger dan 571/2 jaar de aanvulling tot 80% van het oude bruto salaris omgezet in een lijfrentepolis. Het bruto salaris is echter maximaal gelijk aan het dagloon in de zin van de WAO. Zowel de werknemer als de directeur zijn bij het vaststellen van de beëindigingsovereenkomst uitgegaan van 80% van het laatstverdiende loon. De werknemer vordert de koopsom van de lijfrente op die basis. De kantonrechter wijst evenals de rechtbank de vordering af. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar de Haviltex-formule en HR 17-12-1976, NJ 1976, 241 (Bunde/Erckens), dat nu de veronderstelling niet het gevolg is van het gedrag van (één van) beiden, er geen wilsovereenstemming is bereikt over doorbetaling van het salaris dat niet is gemaximeerd. De werknemer gaat in cassatie. Volgens het OM heeft de rechtbank blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Beide partijen hebben de bedoeling gehad na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot 80% van het laatstgenoemde salaris aan te vullen. Deze bedoeling hebben zij verwoord met verwijzing naar het sociaal plan. Het feit dat de formulering achteraf onjuist is gebleken, kan niet worden weerlegd door het feit dat hiervan noch de één noch de ander een verwijt treft. De verwijzing naar bovengenoemd arrest gaat niet op, omdat het hier niet gaat om een voor misverstand vatbare uitdrukking, die in verschillende zin is opgevat. Bovendien kan ook zonder dat er sprake is van enige verwijtbaarheid een overeenkomst tot stand komen met een meer voor de hand liggende betekenis dan die de ander daaraan heeft gegeven. Niet vereist is enige verklaring of gedrag waarmee de één aan de ander hun gemeenschappelijk onjuiste opvatting over de inhoud van het sociaal plan zou hebben gecommuniceerd. De Hoge Raad volgt de conclusie van het OM, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het Hof.

Verder lezen
Terug naar overzicht