Hoge Raad 06-04-2001 (Van Kesteren/Rabobank), RvdW 2001, 76, JOL 2001, 237, NJ 2001, 333, JAR 2001, 80


Loon. Ziekte. Bereidheid bedongen arbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 80.

Een werknemer heeft een loonvordering tegen zijn werkgever ingesteld op de grond dat zijn werkgever hem niet heeft toegelaten tot zijn werkzaamheden terwijl hij - zoals achteraf is komen vast te staan - niet arbeidsongeschikt was. Het feit dat hij geen werkzaamheden heeft verricht komt volgens de werknemer voor rekening van zijn werkgever. In hoger beroep heeft de rechtbank de vordering (deels) afgewezen overwegende dat de werkgever mocht afgaan op het oordeel van de GMD dat de werknemer arbeidsongeschikt was omdat de werknemer zijn mening dat hij de werkzaamheden weer kon hervatten op geen enkele wijze medisch had onderbouwd. In cassatie betoogt de werknemer dat de rechtbank ten onrechte de achteraf gebleken onjuistheid van het medisch oordeel van de GMD, op basis van welk oordeel de werkgever geweigerd heeft de werknemer toe te laten tot hervatting van de overeengekomen arbeid, voor rekening van de werknemer heeft laten komen. De Hoge Raad overweegt dat dit betoog doel treft. Het gaat hier om de vraag of een werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen, als bedoeld in art. 7:628 BW. Nu het hier betreft een werknemer die, zichzelf niet ongeschikt achtend om het eigen werk te verrichten, zich bereid heeft verklaard dit werk te verrichten en achteraf blijkt inderdaad niet ongeschikt voor het eigen werk te zijn geweest, behoort de (achteraf gebleken) onjuistheid van het oordeel van de GMD ten aanzien van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer voor rekening van de werkgever te komen en niet voor rekening van de werknemer (HR 23-06-2000, Thuiszorg/Van Ierland, RvdW 2000, 163, JOL 2000, 366, NJ 2000, 585, JAR 2000, 163, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 52). Deze regel geldt ook indien, zoals hier, de werknemer zijn visie op zijn geschiktheid de werkzaamheden te hervatten op geen enkele wijze medisch heeft onderbouwd. De rechtbank heeft door dit te miskennen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting

Terug naar overzicht