Hoge Raad 13-11-1998 De Graaff/De Heer, NJ 1999, 70


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Rekest civiel. Bewijs.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een vergoeding van NLG 60.000,-- bruto. De werkgever stelt rekest civiel in en verzoekt herroeping van de beschikking voor zover aan de werknemer een vergoeding is toegekend. Volgens de werkgever heeft de werknemer arglistig gehandeld door te verzwijgen dat hij onmiddellijk na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst weer een andere baan had tegen een veel hoger salaris. Als een werkgever verklaart dat de arglist hem telefonisch bekend is geworden, verklaart de kantonrechter de werkgever niet ontvankelijk, omdat niet is voldaan aan het vereiste van schriftelijk bewijs ex art. 387 Rv. De Hoge Raad ziet geen aanleiding terug te komen van zijn oordeel (HR 04-10-1996, NJ 1998, 44, RvdW 1996, 194, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1996, blz. 169) dat er onvoldoende klemmende gronden zijn om art. 100 RO buiten toepassing te laten op het cassatieberoep, gericht tegen een beschikking van de kantonrechter, gegeven in rekest civiel tegen een beschikking van die kantonrechter. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Terug naar overzicht