Hoge Raad 26-01-2001 (X/Y), JOL 2001, 72, JAR 2001, 40


Ontslag op staande voet (verduistering).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 40.

Een taxichauffeur (bijna zes jaar in dienst) wordt op staande voet ontslagen vanwege het niet afdragen van taxigelden. De werknemer ontkent, roept de nietigheid van het ontslag in en vordert een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst is blijven voortbestaan. Voor het geval zou komen vast te staan dat er inderdaad geen gelden zijn afgedragen, beroept de werknemer zich op vergeetachtigheid ten gevolge van whiplash-letsel en medicijngebruik. De kantonrechter gelast bij tussenvonnis een comparitie ter bespreking van een deskundigenbericht over de vraag of de werknemer gezien zijn medische klachten de ritlijsten wel correct kon invullen. De rechtbank wijst in het hoger beroep van de werkgever en van de werknemer de vorderingen van de werknemer af. De rechtbank is van oordeel dat de werknemer zijn vergeetachtigheid had moeten melden toen de werkgever het niet voldoende afdragen van taxigelden had geconstateerd. Een deskundigenbericht over de medische klachten was derhalve niet noodzakelijk. Bovendien had de werknemer eerder verzuimd taxigelden af te dragen, hetgeen een dringende reden in de zin van art. 7:677 BW oplevert. De Hoge Raad acht het oordeel van de rechtbank dat het verzuim om taxigelden af te dragen verduistering oplevert, onbegrijpelijk. Voor verduistering is opzet vereist en de rechtbank heeft niet vastgesteld dat daarvan sprake was. De vaststelling van de rechtbank dat de werknemer eerder heeft verzuimd taxigelden af te dragen, is eveneens onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd nu de werknemer dit in eerste aanleg heeft betwist en de rechtbank hierover niets heeft overwogen. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het Hof

Terug naar overzicht