Hoge Raad acht crediteringsmaximum bij art. 15.1.e onder 1e WBR geoorloofd (II) (2014.31.3004)


Van Straaten bespreekt het arrest van de Hoge Raad over de reikwijdte van de inbrengvrijstelling van art. 15 lid 1 onder e WBR (Notafax 2014/83).
In het berechte geval hadden A en B hun aandeel in een vof voor de inkomstenbelasting ‘ruisend’ ingebracht in X BV. Tot het ondernemingsvermogen van de vof behoorden twee onroerende zaken, welke eveneens in X BV werden ingebracht. Voor de over-inbreng werden A en B gecrediteerd. Bij de inbreng werd voor de overdrachtsbelasting door de firmanten een…

Verder lezen
Terug naar overzicht