Hoge Raad in: art. 31 Wet OB 1968 van toepassing bij de overdracht van een verhuurd bedrijfsverzamelgebouw


Op 6 juni 2008 heeft de Hoge Raad1 geoordeeld dat de overdracht van een verhuurd bedrijfsverzamelgebouw kan worden aangemerkt als een overgang van een algemeenheid van goederen die buiten de heffing van btw blijft zoals bedoeld in art. 31 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968). Deze uitspraak heeft ingrijpende gevolgen hebben voor de vastgoedpraktijk. Bij de levering van (een) onroerende za(a)k(en) zal immers beoordeeld moeten worden of art. 31 Wet OB 1968 van toepassing is of dat sprake is van een levering in de zin van de btw. Bij de onderhandelingen tussen de verkoper en koper zal rekening moeten worden gehouden met de mogelijke btw- en overdrachtsbelastinggevolgen die beide varianten met zich brengen. Het arrest vormt naar mijn mening een goede aanleiding om nog eens stil te staan bij de gevolgen van de toepassing van art. 31 Wet OB 1968.

mr. J.A.M. Leijten

Het arrest

Volgens art. 31 Wet OB 1968 is bij de overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen geen sprake van levering van goederen of het verrichten van diensten in de zin van de btw. Wanneer art. 31 Wet OB 1968 van toepassing is, wordt de koper/overnemer geacht voor de btw in de plaats te treden van de verkoper/overdrager. Dit houdt met name in dat de gevolgen voor de lopende btw-herzieningstermijnen overgaan.

In het arrest van 6 juni 2008 ging het om de levering van een bedrijfsverzamelgebouw, verdeeld in acht volledig zelfstandig te gebruiken units. De units in het gebouw werden…

Verder lezen
Terug naar overzicht