In hoger beroep kan werknemer niet alsnog een verzoek tot billijke vergoeding ex artikel 7:682 lid 3 aanhef en sub b BW doen na verstrijken vervaltermijn, omdat het verzoek in eerste aanleg geen wettelijke grondslag had


Werknemer is ontslagen als statutair bestuurder. Werknemer vecht het ontslag aan en verzoekt de rechtbank om een vernietiging van het ontslag. In hoger beroep verzoekt hij (voor het eerst) aan het hof om een billijke vergoeding  toe te kennen. Het hof oordeelt dat het recht om in hoger beroep een verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding ex art. 7:682 lid 3 aanhef en sub b BW is vervallen op grond van art. 7:686a lid 4 sub a BW.

Feiten
Werknemer is…

Verder lezen
Terug naar overzicht