In hoger beroep overgelegd UWV-rapport houdt aanslagen en boetes ten dele in stand


Samenvatting

Belanghebbende ontvangt een WAO-uitkering. De door hem in de periode april 1999 tot en met mei 2002 ontvangen WAO-uitkering moet belanghebbende aan de uitkeringsinstantie terugbetalen in verband met de door hem verzwegen inkomsten uit escortservice en camperprostitutie. Ten grondslag hiervan ligt een UWV-rapport. Over de jaren 1999 tot en met 2002 worden aan belanghebbende met betrekking tot de voormelde inkomsten ook navorderingsaanslagen in de IB/PVV opgelegd, alsmede naheffingsaanslagen in de omzetbelasting. Daarbij worden ook vergrijpboetes opgelegd. Rechtbank Leeuwarden heeft alle aanslagen en boetes vernietigd. De inspecteur legt pas in hoger beroep het lijvige en gedetailleerde UWV-rapport over. Met uitzondering van de buiten de navorderingstermijn opgelegde aanslag (en boete) van 1999 laat Hof Leeuwarden de aanslagen en boetes ten dele in stand. Daarbij keert het hof de bewijslast om omdat belanghebbende geen deugdelijke administratie heeft bijgehouden. Mede doordat de schatting van de winst tot stand is gekomen door extrapolatie naar een heel jaar, dan wel naar een ander jaar van de door de prostituees genoemde omzetgegevens acht het hof de schatting van de inspecteur onredelijk hoog. Het hof stelt de winst en omzet in goede justitie vast. Daarbij neemt het hof de door belanghebbende zelf berekende omzet als uitgangspunt. De op basis daarvan berekende boetes acht het hof passend en geboden.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

1. Met betrekking tot de opbrengsten van de escortservice van 1 januari tot en met 30 april 2000 oordeelt het hof dat deze als inkomsten in de zin van art. 22, lid 1, aanhef en onderdeel b, Wet IB 1964 moeten worden aangemerkt. Het is…

Verder lezen
Terug naar overzicht