HR 01-03-2002 (TNO/Ter Meulen), RvdW 2002, 51, JOL 2002, 139, JAR 2002, 66


Loon. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (inclusief vergoeding wegens in dienstverband gedane uitvinding?).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 66.

De werknemer heeft gedurende zijn dienstverband uitvindingen gedaan. Op een van deze uitvindingen is octrooi verleend; op een viertal andere uitvindingen is octrooi aangevraagd. De arbeidsovereenkomst is door de kantonrechter ontbonden onder toekenning aan de werknemer van een vergoeding. In verband met door hem gedane uitvindingen vordert de (ex-)werknemer vaststelling van een billijke vergoeding als bedoeld in art. 10 lid 2 Rijksoctrooiwet 1910 (Row). In hoger beroep heeft de rechtbank die vordering toewijsbaar geacht. Zij heeft onder meer overwogen dat de vraag is of in het overeengekomen loon van de (ex-)werknemer een vergoeding voor gemis aan octrooi is opgenomen, en vervolgens op grond van een aantal door de (ex-)werknemer gestelde omstandigheden die vraag ontkennend beantwoord. Het middel betoogt onder meer dat de rechtbank heeft miskend dat aan art. 10 lid 2 Row het uitgangspunt ten grondslag ligt dat het overeengekomen loon van de (ex-) werknemer geacht wordt een vergoeding voor gemiste octrooien in te houden. Voorts voert het middel aan dat er, gelet op het ontbreken van enig voorbehoud in de ontbindingsbeschikking en de stelling van de (ex-)werknemer dat zijn vordering uit hoofde van art. 10 lid 2 Row samenhangt met het vroegtijdig einde van het dienstverband, geen ruimte was deze vordering in een rolprocedure aan de orde te stellen. Voorwaarde voor toepassing van art. 10 lid 2 Row is dat het gaat om een uitvinding als bedoeld in lid 1 van dat artikel, dat wil zeggen een uitvinding gedaan in het kader van een dienstbetrekking waarvan de aard meebrengt dat de werknemer zijn bijzondere kennis aanwendt tot het doen van uitvindingen van dezelfde soort als waarop het verzoek tot toekenning van een uitkering betrekking heeft. Het algemene uitgangspunt van het arbeidsrecht dat het overeengekomen loon een vergoeding inhoudt voor alle overeengekomen prestaties, geldt ook indien tot die prestaties behoort het doen van onderzoek dat tot uitvindingen kan leiden als in lid 1 bedoeld. In de regel zal derhalve ook mogen worden aangenomen dat in een zodanig geval het overeengekomen loon een vergoeding inhoudt voor het missen van de aanspraak op octrooi. Art. 10 lid 2 Row ziet dus slechts op het zich in de regel niet voordoende geval dat het overeengekomen loon niet geacht kan worden een vergoeding voor het gemis aan octrooi in te houden (HR 27-05-1994, Hupkens/Van Ginneken, RvdW 1994, 120, NJ 1995, 136, JAR 1994, 134, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1994, blz. 131). Daarbij gaat het, gelet op de bewoordingen en de samenhang van de beide leden van art. 10…

Verder lezen
Terug naar overzicht