HR 03-10-2003 (X/Curator), JOL 2003, 491


Bewijs. Gezagsverhouding. Loon.

Een faillissementscurator vordert NLG 70.000,-loon van de uitgever van een tijdschrift waarvoor de curandus hoofdredacteurswerkzaamheden heeft verricht. De curator stelt dat de curandus zijn werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst heeft verricht. De kantonrechter wijst de vordering af. De rechtbank is van oordeel dat er geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan en wijst de loonvordering op die grond af. Wel acht de rechtbank het bedrag van NLG 70.000,-- redelijk voor de hoofdredacteurswerkzaamheden en staat de uitgever toe te bewijzen dat hij en de hoofdredacteur een veel lagere vergoeding zijn overeengekomen. De rechtbank acht de uitgever geslaagd in het bewijs en wijst de vordering af. In hoger beroep passeert het hof het bewijsaanbod en wijst de vordering toe. De uitgever gaat in cassatie. Het OM stelt dat het hier gaat om de vraag of de uitgever de stelling van de curator voldoende betwist heeft om tot bewijslevering te worden toegelaten. Het OM stelt als juist vast dat de curator zijn stelling, dat NLG 70.000,-- een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden is, in beginsel dient te bewijzen. Dat heeft het hof ook niet miskend. De door de curator gestelde feiten staan echter vast wegens het niet dan wel onvoldoende betwisten door de uitgever. Omdat deze feiten vaststaan is bewijslevering niet meer aan de orde, laat staan dat de uitgever aan tegenbewijs toekomt. Het passeren van het bewijsaanbod getuigt dan ook niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het OM concludeert tot verwerping van het beroep en de Hoge Raad volgt deze conclusie zonder nadere motivering op grond van art. 81 Wet RO.

Terug naar overzicht