HR 15-11-2002 (Peeters c.s./Ameziane), RvdW 2002, 182, JOL 2002, 610, JAR 2002, 294


Loon. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 294.

Ongeveer drie maanden na het verstrijken van zijn verlofperiode is de werknemer uit Marokko teruggekeerd bij zijn werkgever en heeft loon gevorderd over de periode dat hij zonder toestemming afwezig was, stellende dat hij toen ziek was. De werkgever heeft betwist dat de werknemer door ziekte verhinderd was de bedongen arbeid dan wel passende arbeid te verrichten. De rechtbank heeft de vordering van de werknemer toegewezen op de grond dat niet, althans onvoldoende gemotiveerd is gesteld of gebleken dat de werkgever voorafgaande aan het geding in eerste aanleg aan de werknemer heeft meegedeeld te weigeren het loon door te betalen omdat werd betwist dat hij arbeidsongeschikt was geweest. Hiertegen richt zich het middel. De Hoge Raad overweegt dat er in cassatie van kan worden uitgegaan dat de werkgever na het einde van werknemers verlof niets van hem had vernomen toen hij zich weer bij hem meldde, nu de kantonrechter de stelling van de werknemer dat hij zich per telegram uit Marokko ziek heeft gemeld bij gebrek aan gespecificeerd bewijsaanbod heeft verworpen en de rechtbank zich hierover verder niet heeft uitgelaten. Volgens de vaststelling van de rechtbank heeft de werknemer, toen hij terugkwam uit Marokko en op zijn werk verscheen, aan de werkgever meegedeeld dat hij ziek was geweest en heeft hij verzocht om betaling van het loon over de periode dat hij ziek was geweest, waarop van de kant van de werkgever volgens zijn stellingen (slechts) is gereageerd met de mededeling dat het loon niet zou worden doorbetaald omdat de werknemer onwettig afwezig was geweest en niet had gewerkt. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat de werkgever inderdaad aldus op de mededeling van de werknemer heeft gereageerd. Het oordeel van de rechtbank dat uit een mededeling van de werkgever als hiervoor bedoeld zonder nadere toelichting niet kan worden afgeleid dat het loon niet wordt doorbetaald omdat wordt betwist dat sprake was van arbeidsongeschiktheid, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting indien het berust op de gedachte dat van een dergelijke betwisting slechts sprake kan zijn als van de kant van de werkgever woorden als ziekte of arbeidsongeschiktheid worden gebruikt. Die opvatting vindt immers geen steun in het recht. Als de rechtbank van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan, behoefde zijn oordeel echter meer motivering dan het vonnis bevat. Op zichzelf valt immers niet in te zien hoe de werknemer, na zijn mededeling dat hij ziek was geweest en zijn op die verklaring gebaseerde verzoek tot doorbetaling van loon, de in reactie daarop gedane mededeling van de werkgever in redelijkheid anders heeft kunnen opvatten dan als een betwisting van dat ziek zijn, terwijl de door de rechtbank in dit verband genoemde omstandigheden, geen toereikende motivering vormen voor het oordeel dat die betwisting daaruit niet is af te leiden. …

Terug naar overzicht