HR 28-06-2002 (X/RAB), JOL 2002, 389


Bedrijfsongeval. Bewijs.

Een werkneemster stelt dat haar een ongeval is overkomen tijdens haar werkzaamheden, waaraan zij ernstig letsel heeft overgehouden. Zij vordert een verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is en schadevergoeding. De werkgever ontkent dat er een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden en stelt dat hij pas anderhalf jaar later op de hoogte is gebracht van het vermeende ongeval. De kantonrechter laat de werkneemster bij tussenvonnis toe tot bewijslevering. De rechtbank bekrachtigt dit tussenvonnis en draagt de werkneemster op het ongeval te bewijzen. De werkneemster gaat in cassatie. Het OM stelt dat op grond van art. 7A:1638x BW (oud) en art. 7:658 BW de werknemer die schadevergoeding vordert van zijn werkgever op grond van een bedrijfsongeval, dient te stellen en te bewijzen dat hij de schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Door dit uitgangspunt te hanteren hebben de kantonrechter en de rechtbank geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het feit dat een collega iets heeft waargenomen dat zou kunnen duiden op een arbeidsongeval, maakt niet dat de bewijslast moet worden omgekeerd. Art. 7:658 BW dient er alleen toe de werkgever aansprakelijk te houden voor het ontbreken van een veilige werksituatie en de bepaling verlegt het bewijsrisico voor het geval de precieze toedracht van het ongeval niet kan worden vastgesteld naar de werkgever, indien vaststaat dat de werknemer de schade heeft opgelopen in de werksituatie. De aansprakelijkheid van de werkgever dient niet te worden opgerekt buiten de door de wet getrokken grens. Onder verwijzing naar diverse uitspraken van de Hoge Raad, waaronder HR 26-01-2001, Weststrate/De Schelde, RvdW 2001, 41, JOL 2001, 67, NJ 2001, 597, JAR 2001, 39, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 34, stelt het OM dat de werkgever aansprakelijk is als de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dat de schade mogelijk is ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden, is niet voldoende. Anders zou de werkgever kunnen worden blootgesteld aan aansprakelijkheid voor ongevallen, waarvan achteraf niet meer kan worden vastgesteld of zij werkelijk hebben plaatsgevonden. De stelling dat de collega, door het ongeval niet te melden aan de werkgever tekort is geschoten in zijn zorgplicht ten aanzien van de werkneemster, hetgeen de werkgever is aan te rekenen, wijst het OM van de hand omdat de werkneemster blijkbaar zelf niet heeft aangegeven dat er iets ernstigs aan de hand was. Het OM concludeert tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad volgt deze conclusie zonder nadere motivering op grond van art. 81 Wet RO.

Terug naar overzicht