HR 30-01-2004 (Parallel Entry/KLM), RvdW 2004, 26, JOL 2004, 42, JAR 2004, 68


Gelijke behandeling. Loon. Anciënniteitsbeginsel. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 68.

(Zie voorgeschiedenis Rechtbank Amsterdam 13-02-2002, JAR 2002, 94, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2002, blz. 19). KLM heeft naast KLM-vliegers ook vliegers in dienst die bij KLM Cityhopper BV werken. Voor deze zogenaamde KLC-vliegers heeft tot 1998 de KLC-CAO gegolden, terwijl voor de KLM-vliegers de KLM-CAO gold. De arbeidsvoorwaarden en carrièreperspectieven onder de KLM-CAO zijn in het algemeen gunstiger dan onder de KLC-CAO. Laatstgenoemde CAO bepaalt onder meer dat door KLC-vliegers bij een overstap naar KLM een deel van de KLC-senioriteit wordt meegenomen. KLC-vliegers hebben bezwaar tegen deze regeling; zij menen dat hun KLC-senioriteit bij een overstap naar KLM integraal als KLM-senioriteit zou worden erkend. Overleg heeft geleid tot wijziging van deze regeling per 1 juli 1996. Thans eiseres tot cassatie, Parallel Entry, is een vereniging opgericht teneinde – kort gezegd – te verwezenlijken dat de KLC-vliegers die vóór 1 juli 1996 in dienst waren, bij een overstap naar KLM recht kunnen doen gelden op vóór die datum opgebouwde KLC-senioriteit. De kantonrechter en de rechtbank hebben Parallel Entry de aanspraak van KLC-vliegers op dezelfde arbeidsvoorwaarden wat betreft salaris en senioriteit als KLM-vliegers, gebaseerd op het aan HR 08-04-1994 (Agfa/Schoolderman, RvdW 1994, 88, NJ 1994, 704, Prg. 1994, 4081, JAR 1994, 94, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1994, blz. 101) ontleende "algemeen erkende rechtsbeginsel dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moet worden beloond, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond een ongelijke beloning toelaat" (het "Agfa-criterium"), ontzegd. Daartegen richt zich het middel. De Hoge Raad overweegt dat bij de beoordeling van de vraag of de aanspraak van de KLC-vliegers gegrond is moet worden vooropgesteld dat het in het onderhavige geval niet gaat om een onderscheid dat door de wet of een rechtstreeks werkende verdragsbepaling wordt verboden, zoals het ingevolge art. 5 Algemene wet gelijke behandeling verboden onderscheid op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat, het door art. 7:646 BW en art. 7 Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden onderscheidenlijk het loon verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen, of het ingevolge art. 7:648 en 7:649 BW verboden onderscheid op grond van verschil in arbeidsduur of van het al dan niet tijdelijke karakter van de arbeidsovereenkomst. In het onderhavige geval…

Verder lezen
Terug naar overzicht