HR: periodieke uitkeringen door trust vonden hun grond in een tegenprestatie


Onlangs heeft de Hoge Raad in twee procedures geoordeeld dat de periodieke uitkeringen door een trust de tegenwaarde voor een prestatie vormden als bedoeld in artikel 25.1.g Wet IB 1964. Dit betekent dat de uitkeringen zijn belast met inkomstenbelasting voor zover zij hoger zijn dan de tegenprestatie (zogenoemde saldomethode). Het Hof was in beide zaken van mening dat er geen sprake was van een tegenprestatie en besliste daarom dat de uitkeringen integraal waren belast ex artikel 30.1.c Wet IB 1964. De Hoge Raad…

Verder lezen