HvJ EG 09-09-1999 Krüger/Kreiskrankenhaus, JAR 1999, 215


Gelijke behandeling. Gratificatie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 215.

Een verpleegster werkt tijdens haar ouderschapsverlof voor minder dan 15 uur per week. Als de werkgever de jaarlijkse kerstgratificatie (één maandloon) weigert omdat op grond van de CAO deze niet geldt voor personen met een beperkt dienstverband, vordert de werkneemster bij het Arbeitsgericht betaling van de uitkering. De rechter legt de zaak voor aan het Europese Hof van Justitie met de vraag of de CAO, op grond waarvan werknemers die tijdens het ouderschapsverlof niet zijn verzekerd voor de sociale verzekeringswetten, geen jaarlijkse gratificatie ontvangen, in strijd is met de Richtlijn Gelijke Behandeling ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en met art. 119 EG-verdrag. Het Hof overweegt dat indien aanzienlijk meer vrouwen dan mannen zijn uitgesloten van het recht op de jaarlijkse gratificatie er sprake is van indirecte discriminatie op grond van geslacht. Onder verwijzing naar de arresten Nolte, Megner en Scheffel (HvJ EG 14-12-1995, JAR 1996, 13, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1996, blz. 101) stelt de werkgever dat de indirecte discriminatie wordt gerechtvaardigd door het in het kader van werkgelegenheid nagestreefde doel, namelijk het voldoen aan de maatschappelijke vraag naar beperkte dienstverbanden. Volgens het Hof ging het in deze arresten om een door de nationale wetgever genomen maatregel, in het kader van sociaal beleid. In dit geval is er sprake van ongelijke beloning als gevolg van het feit dat werknemers met kleine dienstverbanden van de CAO zijn uitgesloten, waarvoor de genoemde rechtvaardigingsgrond niet opgaat. Er is derhalve sprake van indirecte discriminatie op grond van geslacht.

Terug naar overzicht