HvJ EG 10-02-2000 (Fitzwilliam/Lisv), NJ 2000, 435


Uitzendarbeid. Detachering in het buitenland.

In een geschil tussen een Iers uitzendbureau en het Lisv over de verschuldigdheid van sociale verzekeringspremies in Nederland van aldaar tewerkgestelde Ierse uitzendkrachten stelt het Lisv zich op het standpunt dat niet de Ierse, maar de Nederlandse sociale verzekeringswetten van toepassing zijn, omdat het uitzendbureau haar hoofdactiviteit in Nederland heeft. Het uitzendbureau bestrijdt dat en beroept zich op de door de Ierse autoriteiten onder de EEG-verordening 1408/71 afgegeven E101-verklaringen, op grond waarvan de Ierse sociale wetgeving van toepassing is. In het Manpower-arrest van 17-12-1970 besliste het Hof reeds dat de uitzondering dat niet het recht van de werkstaat van toepassing is, alleen betreft werknemers in dienst genomen door een onderneming die normaliter werkzaam is op het grondgebied van de staat waarin zij is gevestigd en die daar haar activiteiten gewoonlijk uitoefent. Als criterium voor dat laatste is niet de kwantitatieve verhouding van de activiteiten in de verschillende landen beslissend, maar of de onderneming in het land van vestiging doorgaans activiteiten verricht, waartoe alle omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen, waarbij echter niet van belang is de aard van de werkzaamheden. Voor wat betreft de E101-verklaring overweegt het Hof dat die een vermoeden creëert dat de gedetacheerde werknemers zijn aangesloten bij de sociale zekerheidsregeling van de lidstaat waarin het uitzendbureau is gevestigd en dus bindend is voor de lidstaat waarin de werknemers zijn gedetacheerd. Zolang die verklaring niet is ingetrokken of ongeldig verklaard is, mag de lidstaat waar de gedetacheerde werknemers werken hen niet aan zijn eigen sociale zekerheidsregeling onderwerpen. De lidstaat die de verklaring heeft afgegeven dient echter de juistheid van de afgifte opnieuw te onderzoeken, wanneer een andere lidstaat over de juistheid daarvan twijfels uit. Zo men daar onderling niet uitkomt kan de zaak aan de Administratieve Commissie worden voorgelegd eventueel gevolgd door een niet-nakomingsprocedure in de zin van art. 227 EG-verdrag.

Terug naar overzicht