HvJ EG 11-01-2000 (Kreil/Duitsland), JAR 2000, 47, NJ 2000, 302


Gelijke behandeling. Sollicitatie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 47.

Een vrouw solliciteert naar een functie bij de onderhoudsdienst van de Bundeswehr (wapen-elektronica). Zij wordt afgewezen op grond van het feit dat de wet vrouwen uitsluit van de gewapende dienst. Vrouwen kunnen alleen worden aangesteld bij de geneeskundige dienst en de militaire muziekkorpsen. De werkneemster gaat in beroep. Zij meent dat zij uitsluitend is afgewezen op grond van geslacht en acht dit in strijd met de Richtlijn Gelijke behandeling. Het Verwaltungsgericht legt de zaak voor aan het Europees Hof. Volgens de Duitse regering geldt het EG-recht niet in kwesties van landsverdediging, die deel uitmaken van het buitenland- en veiligheidsbeleid en die behoren tot de soevereiniteit van de lidstaat. Het Hof is van oordeel dat de richtlijn van toepassing is op een situatie zoals hier aan de orde, omdat het beginsel van gelijke behandeling van algemene strekking is en ook geldt voor een publiekrechtelijke arbeidsverhouding. Hoewel het aan de lidstaat is maatregelen met betrekking tot de organisatie van de strijdkrachten te treffen, ter verzekering van de binnenlandse en buitenlandse veiligheid, wil dit niet zeggen dat deze maatregelen volledig aan de werkingssfeer van het gemeenschapsrecht onttrokken zijn. Ingevolge de richtlijn zijn de lidstaten bevoegd om bepaalde beroepsactiviteiten uit te sluiten van de richtlijn, waarvoor, vanwege hun aard of de voorwaarde voor de uitoefening ervan, het geslacht een bepalende factor is. Afwijkingen mogen echter niet verder gaan dan passend en noodzakelijk is ter verwezenlijking van het nagestreefde doel. Zij dienen ook werkelijk gericht te zijn op het doel de openbare veiligheid te verzekeren. Uitsluiting van vrouwen voor nagenoeg alle functies bij de Bundeswehr is niet te beschouwen als een afwijking die gerechtvaardigd wordt door de specifieke aard van de desbetreffende functies of door de bijzondere voorwaarden waaronder deze worden uitgeoefend. Het enkele feit dat personeel van de krijgsmacht genoodzaakt kan worden wapens te gebruiken, is niet voldoende om uitsluiting van vrouwen van de toegang tot functies in het leger te rechtvaardigen.

Terug naar overzicht