HvJ EG 11-03-2003 (Dory/Duitsland), JAR 2003, 225


Gelijke behandeling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 225.

Op grond van het Duitse recht kunnen alleen mannen verplicht worden om dienst te nemen in de krijgsmacht. Eiser in deze zaak heeft gesteld dat deze regeling in strijd is met het recht op gelijke behandeling m/v zoals dat volgt uit Richtlijn 76/201/EEG, omdat mannen hierdoor, anders dan vrouwen, een achterstand op de arbeidsmarkt oplopen. De Duitse rechter stelt prejudiciële vragen over deze kwestie. Het Europees Hof van Justitie oordeelt dat de maatregelen die de lidstaten treffen ten aanzien van de organisatie van de strijdkrachten, niet volledig aan de toepassing van het EG-recht zijn onttrokken om de enkele reden dat zij de openbare veiligheid en de landsverdediging dienen. Het EG-verdrag bevat immers een aantal specifieke afwijkingen voor situaties waarin de openbare veiligheid op het spel kan staan en geen algemeen voorbehoud voor elke uit hoofde hiervan genomen maatregel. Het Europees Hof heeft daarom eerder geoordeeld dat Richtlijn 76/207 van toepassing is op de toegang tot functies bij de strijdkrachten en dat het Europees Hof dient na te gaan of de maatregelen die door de nationale autoriteiten in de uitoefening van de hun toegekende discretionaire bevoegdheid worden vastgesteld, werkelijk gericht zijn op het doel de openbare veiligheid te verzekeren en passend en noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van dat doel. Hieruit volgt echter niet dat de beslissingen van de lidstaten inzake militaire organisatie, die de verdediging van hun grondgebied of van hun essentiële belangen tot doel hebben, onder het EG-recht vallen. Het staat immers aan de lidstaten om de maatregelen te nemen die geschikt zijn om hun binnenlandse en buitenlandse veiligheid te verzekeren, en daartoe beslissingen te nemen inzake de organisatie van hun strijdkrachten. Duitsland heeft in dit verband gekozen voor het aan mannen opleggen van de verplichting om de belangen inzake de veiligheid van het grondgebied te dienen, ook al vertraagt dit in veel gevallen de beroepsloopbaan van de betrokkenen. Dit is echter een onvermijdelijk gevolg van de keuze inzake militaire organisatie van de lidstaat en impliceert niet dat deze keuze binnen de werkingssfeer van het EG-recht valt.

Terug naar overzicht