HvJ EG 12-11-1998 Europièces/Sanders, JAR 1999, 15, NJ 1999, 520


Overgang onderneming. Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 15.

Een handelsvertegenwoordiger wordt door de vereffenaar van een in vrijwillige vereffening gestelde onderneming ontslagen met een opzegtermijn van 22 maanden. De werknemer, die een aanbod voor een nieuwe arbeidsovereenkomst bij de verkrijgende onderneming zou hebben afgewezen, wordt door de vereffenaar te werk gesteld ter vereffening van de bestaande voorraad. De werknemer gaat niet akkoord met de functiewijziging en tekent beroep aan tegen de eenzijdige ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. De Belgische Rechter stelt vast dat er sprake is van overgang van onderneming en veroordeelt de werkgever tot een schadevergoeding. Met betrekking tot de aansprakelijkheid van de naderhand failliet verklaarde verkrijgende onderneming, stelt de rechter het Europese Hof enige préjudiciële vragen. Het Hof van Justitie stelt vast onder verwijzing naar het arrest Dethier (HvJ EG 12-03-1998, JAR 1998, 100, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 276), dat vereffening niet gelijkgesteld kan worden met faillissement. Het Hof verklaart voor recht dat de richtlijn van toepassing is ingeval een vennootschap in vrijwillige vereffening haar activa geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een andere vennootschap die de werknemer vervolgens opdrachten geeft die in vereffening moeten worden uitgevoerd. Het Hof overweegt dat een werknemer niet gehouden is mee over te gaan indien de overgang een aanmerkelijk nadelige wijziging van de arbeidsvoorwaarden inhoudt. De arbeidsovereenkomst wordt dan geacht te zijn verbroken door toedoen van de werkgever. Dit betekent in dit geval dat de verwijzende rechter moet onderzoeken of het aanbod van een arbeidsovereenkomst door de verkrijger een aanmerkelijk nadelige wijziging voor de werknemer ten gevolge zou hebben gehad.

Terug naar overzicht