Infuuszakken zijn verpakking in zin van verpakkingenbelasting


Samenvatting

Belanghebbende heeft infuuszakken met infuusoplossingen verkocht aan gezondheidsinstellingen. Hof Arnhem-Leeuwarden (16 februari 2016, nrs. 15/00925 t/m 15/00928, NTFR 2016/1119) heeft geoordeeld dat de infuuszakken als verpakking in de zin van de verpakkingenbelasting kunnen worden aangemerkt. Volgens het hof kan namelijk niet worden gezegd dat een infuuszak is bestemd om tezamen met de infuusvloeistof te worden gebruikt, verbruikt of verwijderd. De infuusvloeistof wordt door toediening aan de patiënt immers verbruikt, terwijl de infuuszak, die vooral een beschermings- en transportfunctie ten behoeve van de vloeistof heeft, voor die functies wordt gebruikt en vervolgens wordt verwijderd. Dit betekent dat infuuszakken niet vallen onder de ‘tenzij-bepaling’ van art. 80, onderdeel a, onder 1, Wbm. De Hoge Raad onderschrijft dit oordeel. Verder heeft de minister in de Uitvoeringsregeling verpakkingen aangewezen die vanwege de transportfunctie niet als belaste verpakking worden aangemerkt (de exotenlijst). De minister heeft onder meer injectiespuiten aangewezen. Volgens de Hoge Raad kunnen infuuszakken niet worden beschouwd als injectiespuiten. Evenmin is het gelijkheidsbeginsel geschonden door het niet opnemen van infuuszakken en het wel opnemen van injectiespuiten op de exotenlijst.

Feiten

2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1. Belanghebbende, een besloten vennootschap, behoort tot een groep ondernemingen die zich bezig houdt met de ontwikkeling, verkoop en distributie van hoogwaardige medische en farmaceutische producten en diensten in Nederland. Deze ondernemingen leveren hun producten hoofdzakelijk aan ziekenhuizen, groothandelaren, verpleegtehuizen en thuiszorginstellingen.

2.1.2. Belanghebbende heeft in de onderhavige jaren…

Verder lezen
Terug naar overzicht