Inspecteur hoefde niet te twijfelen aan juistheid aangifte


Samenvatting

Belanghebbende heeft een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. In 2001 en 2002 heeft de inspecteur de aftrek van de door belanghebbende ter zake betaalde premie toegestaan. In het kader van de vaststelling van de aanslag 2003 heeft de inspecteur na nader onderzoek geconcludeerd dat belanghebbende de premie voor de jaren 2001-2003 ten onrechte in aftrek heeft gebracht. Voor het hof is niet meer in geschil dat de polis niet voldoet aan de voorwaarden die in de Wet IB 2001 zijn gesteld voor het verlenen van aftrek van lijfrentepremies. Belanghebbende stelt dat de inspecteur bij de vaststelling van de primitieve aanslag een ambtelijk verzuim heeft begaan omdat de polis in het kader van de vaststelling van de aanslag voor het jaar 1986 aan de inspecteur was toegezonden en dus in zijn dossier aanwezig was of had moeten zijn. De inspecteur had volgens belanghebbende na moeten gaan of de polis zodanig was aangepast dat deze voldeed aan de voorwaarden voor lijfrentepremieaftrek onder het nieuwe regime.

Het hof stelt voorop dat op grond van vaste jurisprudentie de inspecteur mag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is hij tot een nader onderzoek gehouden als hij aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen. Van dit laatste was geen sprake. Ook als de oude polis in het dossier aanwezig zou zijn geweest, zou dit geen reden hoeven te zijn geweest om aan de juistheid van de in de aangifte opgenomen aftrekpost te twijfelen (vlg. HR 9 januari 2009, nr. 07/10292, NTFR 2009/91). De boete…

Verder lezen
Terug naar overzicht