Integratieheffing btw volgens Hof Den Haag in strijd met EG-recht


Een voor de praktijk zeer aansprekende uitspraak over de toepassing van de integratieheffing bij het op eigen grond laten bouwen van een nieuwe onroerende zaak. Het hof oordeelt dat de integratieheffing in deze situatie niet aan de orde is. Dit in tegenstelling tot de gangbare praktijk. Deze uitspraak heeft derhalve – mogelijk – grote gevolgen voor alle btw-vrijgestelde ondernemers die vastgoed bouwen op eigen grond.

De casus

Een gemeente is eigenaar van een sportcomplex en laat een paar sportvelden aanleggen. De inspecteur is van mening dat er met de ingebruikneming een integratielevering plaatsvindt en legt een naheffingsaanslag omzetbelasting op inclusief de grondwaarde. De gemeente is het niet eens met de btw-heffing, dat wil zeggen dat zij het niet ermee eens is dat de grond in de heffing wordt betrokken. Hof Den Haag beslist dat de integratieheffing deels in strijd is met het EG-recht en voor de btw-heffing moet worden volstaan met het niet aftrekbaar achten van de btw die aan belanghebbende in rekening is gebracht voor de oplevering van de velden door de aannemer. Aldoende blijft de grond buiten de heffing.

Achtergrond

De integratieheffing speelt bij alle btw-vrijgestelde ondernemers die op eigen grond bouwen of aan een aannemer opdracht geven om te laten bouwen. Het gaat bijvoorbeeld om ziekenhuizen, bejaardentehuizen, banken, verzekeringsmaatschappijen, sportverenigingen, instellingen in de sociaal-culturele sector, kinderopvang, medici, omroepen en niet te vergeten: alle eigenaren van vastgoed die btw-vrijgesteld verhuren, zoals woningcorporaties. In Nederland is de integratieheffing ingevoerd om concurrentieverstoring te voorkomen tussen de btw-vrijgestelde ondernemers die een bouwwerk met ondergrond kant-en-…

Verder lezen
Terug naar overzicht