JAR 2017/133, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zp Arnhem 04-04-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2947, 200.202.242

Inhoudsindicatie

Schorsing concurrentiebeding in ICT-branche, Beding maakt feitelijk onmogelijk om beroep uit te oefenen

Samenvatting

De werknemer is als Vice President Development in dienst van de werkgever, een bedrijf dat zich richt op het ontwerpen en produceren van chips die zich onderscheiden door een zeer laag stroomverbruik en veel worden gebruikt voor

LowPowerWireless-toepassingen (LPW). In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding van 12 maanden opgenomen dat de werknemer verbiedt om “op enigerlei wijze [...] werkzaam of betrokken te zijn bij enige persoon, instelling, werkgever of onderneming die concurrerende, soortgelijke of aanverwante activiteiten ontplooit”. In juli 2016 zegt de werknemer zijn arbeidsovereenkomst op om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich richt op de ontwikkeling van LPW-toepassingen. De werkgever vordert naleving van het concurrentiebeding. De kantonrechter wijst in kort geding de vordering af en schorst het concurrentiebeding op verzoek van de werknemer. De werkgever gaat in hoger beroep.

Het hof stelt voorop dat de arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2015 tot stand is gekomen en dat dus art. 7:653 BW van toepassing is zoals het voor die datum luidde. Volgens de werkgever richt de nieuwe werkgever zich op precies dezelfde activiteiten, namelijk chips ten behoeve van LPW-toepassingen. Echter, LPW is een “container”-begrip en elk halfgeleiderbedrijf in de wereld ontwikkelt LPW-chips. Door de uitleg die de werkgever aan het concurrentiebeding geeft, wordt de werknemer zozeer beperkt in zijn mogelijkheden om in een gelijkwaardige werkkring werkzaam te zijn dat dit voor hem feitelijk onmogelijk wordt. Dat de werknemer bedoeld heeft een dergelijk verstrekkend concurrentiebeding aan te gaan, wordt door hem betwist en kan gezien de vergaande inbreuk op zijn grondrecht van vrije arbeidskeuze niet worden aangenomen. De werknemer wordt bovendien onbillijk benadeeld door het te beschermen belang van de werkgever. Daarbij is van belang dat de werknemer de relevante kennis al had voor indiensttreding bij de werkgever en dat hij een (aanzienlijke) positieverbetering zal krijgen. Het is al met al onvoldoende aannemelijk dat de vordering van de werkgever in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen. Het concurrentiebeding wordt geschorst totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan over gehele of gedeeltelijke vernietiging.

 

NB. Doordat de werknemer zich op grond van het concurrentiebeding niet meer zou kunnen bezighouden met het ontwikkelen van de beste en slimste LPW-chip, zou hij in feite niet meer op zijn vakgebied werkzaam kunnen zijn, anders dan bij de werkgever. Dat vormt een te vergaande inbreuk, gelet ook op het feit dat de werknemer al een expert was op zijn vakgebied voor hij bij de werkgever in dienst trad. Zie in dit opzicht ook Hof ’s-Hertogenbosch, «JAR» 2015/53.

Uitspraak

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

(...; red.)

2. De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

2.1 Qorvo maakt deel uit van een wereldwijd bedrijf in de halfgeleiderindustrie en richt zich met name op de ontwikkeling en productie van chips ten behoeve van draadloze communicatie en producten in de telecomsector, defensie en infrastructuur.

2.2. GreenPeak is een halfgeleiderbedrijf dat in 2005 is opgericht en zich richt op het ontwerpen en produceren van chips ten behoeve van draadloze toepassingen in en om het huis. Deze chips onderscheiden zich door een zeer laag stroomverbruik en worden met name gebruikt voor zogeheten LowPowerWireless-toepassingen (LPW).

2.3. De werknemer is per 1 december 2011 voor onbepaalde tijd bij GreenPeak in dienst getreden in de functie van Director Ultra-Low Power Radio Research. Sinds 1 april 2014 bekleedt hij de functie van Vice President Development en maakt hij in die functie deel uit van het managementteam van GreenPeak. In zijn arbeidsovereenkomst is in artikel 11 een “Relatie- en Concurrentiebeding” opgenomen dat – voor zover hier van belang – luidt als volgt:

“(...)

2. Gedurende 12 maanden jaar na het einde van de Arbeidsovereenkomst (...) zal het de Werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Werkgever, niet zijn toegestaan om:

a. op enigerlei wijze, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd, werkzaam of betrokken te zijn bij enige persoon, instelling, werkgever of onderneming die concurrerende, soortgelijke of aanverwante activiteiten ontplooit als de Werkgever, of de aan haar gelieerde onderneming(en), dan wel daarin of daarbij enig belang te hebben;

b. op enigerlei wijze, direct of indirect zakelijke contacten te onderhouden met (rechts-)personen waarmee de Werknemer in het kader van de Arbeidsovereenkomst gedurende de laatste twee jaar voorafgaand aan het einde van het dienstverband enigerlei zakelijk contact heeft gehad;

c. of werknemers of personen die in de periode van twee jaar voorafgaand aan het einde van de Arbeidsovereenkomst een dienstbetrekking hebben of hebben gehad met de Werkgever en/of met aan haar gelieerde onderneming(en) te bewegen het dienstverband te beëindigen en/of in dienst te nemen.

3. De Werknemer behoudt zijn verplichtingen uit bovenomschreven concurrentiebeding jegens Werkgever indien de onderneming van Werkgever of een onderdeel daarvan door Werkgever aan een derde wordt overgedragen in de zin van de artikelen 7:662 e.v. BW en de arbeidsovereenkomst een einde neemt vóór of ten tijde van de overgang, terwijl bij voortduring van de overeenkomst de Werknemer van rechtswege in dienst zou zijn gekomen van de verkrijger.”

2.4. Eind april 2016 heeft Qorvo alle aandelen in GreenPeak overgenomen. Voorafgaand aan die overname heeft Qorvo een aantal werknemers van GreenPeak die zij voor het succes van de onderneming belangrijk vond, onder wie ook de werknemer, aangewezen als “key employee” en heeft zij met deze “key employees” als aanvulling op hun arbeidsovereenkomst een nadere overeenkomst “Employee Confidentiality And Invention Assignment Agreement” (hierna: Employee Agreement) gesloten en aan hen bepaalde bonussen verstrekt om op die wijze te bereiken dat zij zich ook na de overname door Qorvo met betrokkenheid voor de onderneming zouden blijven inzetten.

2.5. De werknemer heeft in verband met een vakantiereis op 22 april 2016 kort voor zijn vertrek een conceptversie van het Employee Agreement ondertekend omdat de definitieve versie ervan toen nog niet beschikbaar was. Op zijn vakantieadres heeft hij vervolgens digitaal de definitieve versie ontvangen en deze op 26 april 2016 eveneens digitaal ondertekend en teruggestuurd. In die definitieve versie was, anders dan in de conceptversie, de volgende clausule toegevoegd:

“9. ADDENDUM

This present agreement constitutes an addendum to my existing employment agreement. The provisions of my existing employment agreement shall continue to have effect, subject to any derogations (thereto introduced by this present addendum.”

2.6. In juli 2016 heeft de werknemer zijn arbeidsovereenkomst met GreenPeak per 1 oktober 2016 opgezegd, teneinde in dienst te treden bij Dialog Semiconductor B.V. (hierna: Dialog) in de functie van Senior Director HW Engineering. Dialog is onderdeel van het wereldwijd opererende Dialog Semiconductor concern en richt zich vanaf de locatie ’s Hertogenbosch met name op de ontwikkeling van halfgeleiders ten behoeve van LowPowerWireless-toepassingen.

2.7. Op 12 oktober 2016 is de werknemer daadwerkelijk bij Dialog aan het werk gegaan.

3. Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1. Qorvo en GreenPeak hebben in eerste aanleg in conventie, kort samengevat, gevorderd dat:

(i) de werknemer moet worden verboden om met onmiddellijke ingang, maar in ieder geval per 1 oktober 2016, alsmede gedurende twaalf maanden na 1 oktober 2016 in dienst te treden bij Dialog of daaraan gelieerde ondernemingen, dan wel anderszins, direct of indirect, betrokken te zijn bij, werkzaam te zijn voor en/of een ander zakelijk belang te hebben in Dialog of daaraan gelieerde ondernemingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

(ii) de werknemer moet worden veroordeeld tot het onverkort naleven van zijn arbeidsovereenkomst, waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend, het geheimhoudingsbeding in artikel 10, het relatie- en concurrentiebeding in artikel I, het nevenwerkzaamhedenbeding in artikel 12, en het intellectuele-eigendomsbeding in artikel 14, op straffe van verbeurte van de boete zoals bepaald in artikel 13 van de arbeidsovereenkomst;

met veroordeling van de werknemer in de kosten van deze procedure in conventie.

3.2. De werknemer heeft in eerste aanleg in reconventie, kort samengevat gevorderd dat:

Het relatie- en concurrentiebeding in artikel 11 lid 2 en lid 3 van de arbeidsovereenkomst moet worden geschorst, dan wel zodanig geschorst dat de werknemer ongehinderd in dienst kan treden bij Dialog in de functie van Senior Director HW Engineering, dan wel, subsidiair,

het genoemde relatie- en concurrentiebeding moet worden gematigd tot een relatiebeding voor de duur van een jaar, waardoor de werknemer bij Dialog in dienst kan treden in de functie van Senior Director HW Engineering,

dan wel, meer subsidiair,

het genoemde relatie- en concurrentiebeding in tijd moet worden gematigd tot een duur van drie maanden,

dan wel, nog meer subsidiair,

aan de werknemer moet ten laste van Qorvo en GreenPeak een vergoeding worden toegekend als bedoeld in artikel 7:653 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW) van € 25.000,= bruto per maand voor elke maand dat GreenPeak de werknemer aan het concurrentiebeding zal houden,

met veroordeling van Qorvo en GreenPeak in de kosten van dit geding in reconventie.

3.3. De kantonrechter, oordelend als voorzieningenrechter, heeft bij vonnis van 7 oktober 2016 in conventie de vorderingen van Qorvo en GreenPeak afgewezen en hen in de kosten veroordeeld. In reconventie heeft de voorzieningenrechter de primaire vordering van de werknemer toegewezen en het relatie- en concurrentiebeding van de werknemer ten aanzien van Dialog geschorst, zodat de werknemer bij Dialog in dienst kan treden en Qorvo en GreenPeak in de kosten veroordeeld.

4. De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1. Gezien de aard van de vordering – het naleven van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst – is het hof van oordeel dat ook in hoger beroep sprake is van een spoedeisend belang. De werknemer heeft op 12 oktober 2016 daadwerkelijk zijn werkzaamheden bij Dialog gestart, terwijl de werknemer daarmee volgens Qorvo en GreenPeak het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding overtreedt.

4.2. Onder aanvoering van vijf grieven, die zich grotendeels voor gezamenlijke behandeling lenen, zijn Qorvo en GreenPeak tegen het vonnis van de kantonrechter van 7 oktober 2016 (zowel in conventie als in reconventie gewezen) in hoger beroep gekomen.

4.3. Voor de beoordeling van de vorderingen ten aanzien van het concurrentiebeding stelt het hof voorop dat de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en GreenPeak vóór 1 januari 2015 tot stand is gekomen, zodat ingevolge de Overgangsbepaling XXIIc van de Wet werk en zekerheid artikel 7:653 BW van toepassing is zoals dat vóór 1 januari 2015 luidde.

4.4. Met grief 1 voeren Qorvo en GreenPeak aan dat de kantonrechter een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd bij de vraag wanneer een vordering in kort geding zal worden toegewezen. Het gaat er, aldus Qorvo en GreenPeak, niet om of het “hoogstwaarschijnlijk” is dat een dergelijke vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen, maar of eiser dit “voldoende aannemelijk” heeft gemaakt.

Deze grief slaagt. Toereikend is dat eiser diens vorderingen op de gedaagde “voldoende aannemelijk” maakt. Het hof zal deze toetsingsmaatstaf dan ook bij de beoordeling van deze zaak aanleggen.

4.5. Met grief 2 komen Qorvo en GreenPeak op tegen het oordeel van de kantonrechter dat door de aandelenoverdracht eind april 2016 waarbij Qorvo alle aandelen in GreenPeak heeft overgenomen, de werknemer een nieuwe juridische werkgever heeft gekregen die aanzienlijk meer concurrenten heeft dan GreenPeak, waardoor het concurrentiebeding voor de werknemer aanzienlijk zwaarder is gaan drukken. Nu het concurrentiebeding desondanks niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen, heeft het zijn gelding verloren, aldus de kantonrechter. Volgens Qorvo en GreenPeak heeft voormelde aandelenoverdracht niet tot gevolg gehad dat de werknemer een nieuwe juridische werkgever heeft gekregen, nu er alleen een wisseling van aandeelhouderschap heeft plaatsgevonden (daarbij verwijzend naar een volgens hen vergelijkbare casus waarin het hof ’s-Hertogenbosch op 4 oktober 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4435 uitspraak heeft gedaan).

4.6. Deze grief slaagt. Vast staat dat er geen overgang van een onderneming heeft plaatsgevonden als bedoeld in de artikelen 7:662 e.v. BW, maar een aandelenoverdracht waarbij Qorvo alle aandelen in GreenPeak heeft overgenomen. Een concurrentiebeding dient – voor zover thans relevant – alleen maar opnieuw te worden overeengekomen indien de werknemer (de werknemer) een andere juridische werkgever krijgt. Daarvan is bij deze aandelenoverdracht, waarbij GreenPeak een “zelfstandige businessunit” van Qorvo is geworden, geen sprake. Het feit dat twee bestuurders van Qorvo ook bestuurder respectievelijk commissaris van GreenPeak zijn geworden, maakt dit niet anders.

4.7. Het slagen van de grieven 1 en 2 kan echter niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hof is immers van oordeel dat het hoger beroep van Qorvo en GreenPeak faalt om de navolgende redenen en dat hiermee de overige grieven falen dan wel geen behandeling meer behoeven.

4.8. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of het concurrentiebeding door de werknemer is geschonden, hetgeen neerkomt op de uitleg van dit beding. In dat verband merkt het hof op dat bij de uitleg van het beding niet enkel kan worden volstaan met een taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van dié vraag wat tussen partijen geldend is, komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bewuste bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.9. Het concurrentiebeding is, zoals uit 2.3 blijkt, ruim geformuleerd. Het is de werknemer, kort gezegd en voor zover thans relevant, verboden om werkzaam te zijn bij een werkgever of onderneming die concurrerende, soortgelijke of aanverwante activiteiten ontplooit als GreenPeak, of de aan haar gelieerde onderneming(en).

4.10. Vast staat dat de werknemer een specialist is op het gebied van het bouwen van LPW-chips, getuige onder meer de vele publicaties die hij hierover op zijn naam heeft staan, het feit dat hij op dit terrein aan de TU Twente en de TU Eindhoven heeft gedoceerd en dat hij al meer dan 30 chips met studenten en bij diverse bedrijven uit de top 10 van de wereldwijde halfgeleiderindustrie (ook wel: “chips” industrie genoemd) heeft ontworpen:

4.11. Qorvo en GreenPeak stellen zich op het standpunt dat zij zich richten op de ontwikkeling, productie en distributie van chips, in het bijzonder op chips ten behoeve van LPW toepassingen. GreenPeak ontwikkelt chips voor apparaten zonder snoer (wireless) met een zeer laag energieverbruik (low power). Nu apparaten zonder snoer ook chips kunnen bevatten die een hoger energieverbruik hebben (bijv. mobiele telefoons en laptops die iedere dag moeten worden opgeladen) is duidelijk dat GreenPeak zich op een zeer specifiek soort chips richt, aldus Qorvo en GreenPeak. Bij Dialog, waar de werknemer per 1 oktober 2016 in dienst is getreden, wordt vanuit de locatie Den Bosch waar de werknemer werkzaam is volgens hen vrijwel uitsluitend gewerkt aan chips ten behoeve van LPW toepassingen, hetgeen dus precies de activiteiten zijn die GreenPeak vanuit Utrecht verricht. Dialog is dan ook al enige jaren als een directe concurrent van GreenPeak aan te merken, ook al omdat beide bedrijven zich in het bijzonder op de “smart home” toepassingen richten. De werknemer wist dat GreenPeak Dialog als een concurrent zag/ziet. Zo heeft de werknemer in 2014 in het kader van een kredietaanvraag aan een document meegewerkt waarin Dialog als directe concurrent wordt aangemerkt. Nu Dialog zich vanaf 2014 ook op de “Zigbee” markt (Zigbee is een open standaard binnen LPW die verbindingen tussen apparaten op korte afstand van elkaar mogelijk maakt) is gaan begeven, terwijl GreenPeak al actief was op deze markt, wordt de concurrentie alleen maar groter. Verder hebben Qorvo en GreenPeak ter onderbouwing van hun stelling dat de werknemer wist dat Dialog een concurrent is van GreenPeak gewezen op een presentatie van GreenPeak van 31 maart 2015 waarbij Dialog als concurrent wordt genoemd, op een MT vergadering waarbij ook de werknemer aanwezig was en ook bij die gelegenheid Dialog als concurrent de revue passeerde, op een vacaturetekst waaruit volgens hen volgt dat Dialog wel degelijk gebruik maakt van Zigbee en ten slotte op eigen vacatures voor het werven van personeel waaruit de grote overlap blijkt die bestaat tussen activiteiten van GreenPeak en Dialog.

Volgens Qorvo en GreenPeak is de reikwijdte van het concurrentiebeding mogelijk verbreed als gevolg van het feit dat Qorvo aan GreenPeak is gelieerd, maar dat het voor de werknemer nog altijd mogelijk is een ander gelijkwaardig dienstverband aan te gaan. De halfgeleiderindustrie is een zeer grote en gevarieerde industrie en er zijn voldoende andere ondernemingen waar de werknemer terecht kan die bij zijn kunde en kennis aansluiten en niet concurrerend zijn met GreenPeak of de aan haar gelieerde ondernemingen.

4.12. De werknemer stelt zich daarentegen, onder meer met verwijzing naar de uitleg van het begrip LPW door prof. dr. ir. E.R. Fledderus, hoogleraar aan de TU Eindhoven, op het standpunt dat LPW een “container” begrip is. LPW drukt niet meer uit dan dat het gaat om draadloze chips die in meer of mindere mate low power zijn. Onder het begrip LPW vallen honderden “open standaarden” die in draadloze chips gebruikt worden zoals de meeste bekende WiFi en Bluetooth. Zigbee is ook zo’n open standaard. Elk halfgeleiderbedrijf in de wereld ontwikkelt LPW-chips. GreenPeak is succesvol geworden met Zigbee-chips, Dialog maakt geen Zigbee-chips en is dat ook niet van plan. De werknemer verwijst voor deze laatste stelling naar een verklaring van A, senior vice president en general manager bij Dialog en de direct leidinggevende van de werknemer en de omstandigheid dat Dialog geen Zigbee-chips mag maken omdat zij geen lid is van de “Zigbee Alliance”. Verder verwijst de werknemer, ter betwisting van de stelling van GreenPeak dat Dialog een concurrent van haar is, naar een bijlage genaamd “Competitive Landscape” bij een presentatie, ten behoeve van de verkoop van GreenPeak, waarin 25 concurrenten worden genoemd; Dialog wordt daarin niet genoemd. Ook verwijst de werknemer naar een lijst van concurrenten van GreenPeak ten tijde van de komst van de werknemer in 2011 waarop Dialog evenmin voorkomt.

4.13. GreenPeak (bij monde van de directeur van Qorvo en GreenPeak, de heer B) heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd meegedeeld dat het concurrentiebeding juist is opgenomen met het oog op de ontwikkeling van de “beste Bluetoothchip ter wereld”. Daarvoor is de werknemer bij GreenPeak ingehuurd. Nu hij naar Dialog vertrekt en daar aan chips met Bluetooth gaat werken, overtreedt hij het concurrentiebeding. Er zijn tien bedrijven wereldwijd die zich met deze ontwikkeling bezighouden en Dialog is daar één van, reden waarom de werknemer daar nu juist niet mag gaan werken. Ook heeft B meegedeeld dat het niet zozeer gaat over Bluetooth of wat voor standaard dan ook, maar dat de werknemer bij GreenPeak heeft geleerd “hele slimme chips” te maken en dat hij dit nu niet bij de concurrent mag gaan doen.

De werknemer heeft aangevoerd dat hij juist rekening heeft gehouden met de echte concurrenten in de markt, te weten de bedrijven die net als GreenPeak Zigbee-chips produceren en om die reden als concurrenten in voormeld “Competitive Landscape” worden genoemd. Dit is ook de reden waarom hij een half jaar eerder een zeer lucratief aanbod van NXP afsloeg omdat NXP ook Zigbee-chips maakt. Dialog maakt daarentegen geen Zigbee-producten en is dat ook niet van plan.

4.14. Het hof begrijpt uit de stelling van Qorvo en GreenPeak dat het er niet zozeer om gaat met welke open standaard – Bluetooth of Zigbee – de werknemer gaat werken, maar dat de werknemer bij de concurrent niet aan de ontwikkeling van de “beste en slimste LPW-chip” mag gaan werken. De vraag rijst of Qorvo voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werknemer het concurrentiebeding redelijkerwijs in die zin had moeten begrijpen. Het hof beantwoordt deze vraag voorshands ontkennend, waartoe het navolgende redengevend is. Uit hetgeen partijen hierover hebben aangevoerd leidt het hof af dat het begrip LPW een containerbegrip is en dat LPW-chips op basis van verschillende open standaarden zoals Zigbee of Bluetooth kunnen worden ontworpen, afhankelijk van de wensen van de klant. De werknemer heeft voorts voldoende onderbouwd aangevoerd en door Qorvo is onvoldoende gemotiveerd betwist dat alle halfgeleiderbedrijven in de wereld LPW-chips ontwikkelen.

Het concurrentiebeding is niet in geografische reikwijdte beperkt. Zou Qorvo in haar uitleg van het concurrentiebeding worden gevolgd, te weten dat het de werknemer verbiedt om voor andere ondernemingen de “de beste en slimste LPW-chip” te ontwikkelen, dan zou dit gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld betekenen dat de werknemer zich wereldwijd niet mag inlaten met activiteiten die betrekking hebben op de ontwikkeling van de “de beste en slimste LPW-chip”. Alsdan staat het concurrentiebeding in de weg aan de indiensttreding van de werknemer bij Dialog in zijn hoedanigheid van Senior Director HW Engineering. Door een dergelijke uitleg van het beding wordt de werknemer zozeer beperkt in zijn mogelijkheden om na het einde van zijn arbeidsovereenkomst werkzaam te zijn in een gelijkwaardige werkkring op – kort gezegd – zijn vakgebied van (het ontwerpen van) LPW-chips dat dit voor hem feitelijk onmogelijk wordt. Dat de werknemer bedoeld heeft een dergelijk verstrekkend concurrentiebeding aan te gaan, wordt door hem betwist en kan gezien de vergaande inbreuk op zijn grondrecht van vrije arbeidskeuze, dat daarmee feitelijk non-existent wordt, niet worden aangenomen.

Voor zover Qorvo nog bedoeld heeft aan te voeren dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen het ontwerpen van LPW-chips en het ontwerpen van “de beste en slimste LPW-chip”, waarbij Qorvo zich op dat laatste richt, had het in het licht van de – niet betwiste – kennis en ervaring die de werknemer had toen hij in dienst trad bij Qorvo als Director Ultra-Low Power Radio Research, op de weg gelegen van Qorvo de aard van de werkzaamheden die zij specifiek als haar door een concurrentiebeding te beschermen bedrijfsdebiet beschouwde, nader te omschrijven in het concurrentiebeding. Nu zij dit evenwel heeft nagelaten doet deze bedoeling aan het vorenstaande niet af.

4.15. Gezien het vorenstaande staat niet vast dat het concurrentiebeding geldig is. Het is voorshands dan ook onvoldoende aannemelijk dat de vordering van Qorvo in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen.

4.16. Daarnaast ziet het hof reden om het concurrentiebeding op de voet van artikel 7:653 lid 2 BW (oud) te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak over de gehele of gedeeltelijke vernietiging van het concurrentiebeding is gedaan, omdat naar zijn voorlopig oordeel ervan moet worden uitgegaan dat de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van Qorvo en GreenPeak door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Daarvoor geldt het volgende.

4.17. De werknemer, de werknemer, moet feiten en omstandigheden stellen en aannemelijk maken die gehele of gedeeltelijke vernietiging van het concurrentiebeding rechtvaardigen. De werknemer heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk moet worden geschorst, samengevat, het volgende aangevoerd. Met zijn achtergrond, statuur, kennis en ervaring zijn er in Nederland maar twee werkgevers (NXP en Dialog) die hem een passende functie kunnen bieden. In tegenstelling tot NXP, dat ook Zigbee-chips maakt, werd Dialog nooit als concurrent gezien. Hij krijgt bij Dialog een “wereldbaan”: hij wordt verantwoordelijk voor het management van de gehele Hardware Engineering, waarbij hij vanuit Nederland 70 mensen in zijn vakgebied gaat begeleiden en de ontwerpafdelingen in Amerika en China mag laten groeien tot tenminste 140 mensen. Hij krijgt aanzienlijke betere arbeidsvoorwaarden, niet in het minst omdat er bij GreenPeak nauwelijks sprake was van enige pensioenopbouw en dat pensioengat bij Dialog wordt gedicht.

4.18. Qorvo en GreenPeak hebben, zo hebben zij in de kern genomen aangevoerd, een zwaarwegend en rechtens relevant belang bij handhaving van het concurrentiebeding vanwege de bescherming van haar bedrijfsdebiet. De ontwikkeling van een chip is een project dat meerdere jaren in beslag neemt en investeringen vraagt die in de miljoenen of hoger lopen. Als kennis van projecten, oplossingen, investeringen en strategische keuzes bij concurrenten bekend worden, verzwakt dat niet alleen hun concurrentiepositie maar heeft dat ook ernstige financiële consequenties. De werknemer heeft vanuit zijn functie zowel vergaande inhoudelijke wetenschap van de technologie die GreenPeak hanteert en de keuzes die zij heeft gemaakt en de investeringen die op dat vlak zijn gedaan als, vanuit zijn managementpositie, grote kennis van marketing- en strategische keuze van GreenPeak. Indiensttreding bij Dialog brengt mee dat afbreuk wordt gedaan aan hun bedrijfsdebiet, hetgeen wordt versterkt doordat de werknemer bij Dialog gaat werken met meerdere “SoC experts” (System on chip, waarbij een groot aantal systeem functies die voorheen door losse componenten bij elkaar werden gebracht, nu in één chip kunnen worden geïntegreerd) terwijl hij bij GreenPeak de enige SoC expert was. De kennis en informatie die de werknemer hierover heeft is essentieel in de concurrerende markt en mag niet in handen van de concurrent en zeker niet in die van Dialog vallen, omdat de SoC-technologie met name een rol speelt in de geïntegreerde oplossingen voor de smart-home toepassingen, waar juist zowel Qorvo en GreenPeak als Dialog actief zijn, aldus Qorvo en GreenPeak.

4.19. Het hof is voorshands van oordeel dat de werknemer bij handhaving van het concurrentiebeding in verhouding tot het te beschermen belang van Qorvo en GreenPeak onbillijk wordt benadeeld. Bij dit oordeel weegt voor het hof zwaar dat de werknemer al een expert was op het gebied van het bouwen van LPW chips (dit was de reden waarom GreenPeak hem indertijd heeft benaderd) voordat hij bij GreenPeak in dienst trad, zodat niet gezegd kan worden dat hij met gebruikmaking van kennis die hij alleen kon opdoen omdat hij bij GreenPeak in dienst was, GreenPeak concurrentie gaat aandoen. Bovendien hebben Qorvo en GreenPeak weliswaar aangevoerd dat de halfgeleiderindustrie een zeer grote en gevarieerde industrie is en dat de werknemer bij voldoende andere ondernemingen aan de slag kan die niet concurrerend zijn met Qorvo en GreenPeak, maar zij hebben niet aannemelijk gemaakt welke bedrijven, die aansluiten bij de specifieke kennis en kunde van de werknemer, dat dan zijn. Hiermee wordt de werknemer belemmerd om anders dan in dienst van GreenPeak een gelijkwaardige werkkring te vinden, die aansluit bij zijn specifieke kennis van de ontwikkeling van chips op de LPW markt. Verder acht het hof het van belang dat de werknemer bij zijn nieuwe werkgever een (aanzienlijke) positieverbetering krijgt; deze verbetering betreft niet alleen het financiële aspect maar juist op inhoudelijk vlak maakt hij een grote sprong. Zo heeft de werknemer onweersproken gesteld dat er voor hem bij GreenPeak geen ruimte was voor ontwikkeling omdat hij “opgesloten zat” in een beperkende werkomgeving waarin hij zich alleen bezig hield met de productie van chips en geen tijd had om zich verder te ontwikkelen om “expert” op zijn vakgebied te blijven. Tenslotte is van belang dat de werknemer heeft toegezegd zijn geheimhoudingsverplichting na te komen.

4.20. Nu verdere gewichtsbepalende elementen niet zijn gesteld of gebleken, is het hof op grond van hetgeen hiervoor is overwogen voorshands van oordeel dat de belangenafweging zodanig in het voordeel van de werknemer uitvalt dat te verwachten valt dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat hij door het concurrentiebeding zo onbillijk wordt benadeeld dat het beding voor wat betreft de indiensttreding bij Dialog voor vernietiging in aanmerking komt.

4.21. Als uitgangspunt geldt, gelet op de aard van het kort geding, dat in deze procedure in het algemeen geen plaats is voor bewijslevering. Er is niet voldoende gesteld of gebleken dat er in deze zaak redenen zijn om van dat uitgangspunt af te wijken. Het hof gaat daarom aan het bewijsaanbod van Qorvo en GreenPeak (randnummer 14.1 bij memorie van grieven) voorbij.

5. De slotsom

Het hoger beroep faalt, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Qorvo en GreenPeak in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van de werknemer worden vastgesteld op € 314,= aan griffierecht en op € 1.788,= (2 punten x tarief II) voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief.

6. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter Midden-Nederland (locatie Utrecht) van 7 oktober 2016, zowel in conventie als in reconventie gewezen;

veroordeelt Qorvo en GreenPeak in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de werknemer vastgesteld op € 314,= aan griffierecht en op € 1.788,= voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Verder lezen
Terug naar overzicht