JAR 2017/210, Kantonrechter Rechtbank Limburg zp Roermond 21-07-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:7110, 6007924\AZ VERZ 17-100, 6089641\AZ VERZ 17-120

Inhoudsindicatie

Stelselmatig privégebruik van leaseauto, Ontslag op staande voet, Geen transitievergoeding

Samenvatting

De werknemer is vanaf 1 februari 2001 bij de werkgever in dienst geweest als medewerker schoonmaakonderhoud Industrieel III. Op zondag 26 februari 2017 was de werknemer met de bedrijfsauto op bezoek bij een relatie van de werkgever. Het bezoek stond niet op de werkplanning van de werknemer. Op 28 maart 2017 is de werknemer op staande voet ontslagen. De werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van salaris.

De kantonrechter stelt vast dat de dringende reden blijkens de ontslagbrief is dat de werknemer voor eigen rekening werkzaamheden bij de relatie heeft verricht, zonder het hiervoor ontvangen bedrag aan de werkgever af te dragen en daarbij voor privédoeleinden (wederom) ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de aan hem ter beschikking gestelde leaseauto en bedrijfsmiddelen van de werkgever, zoals machines en schoonmaakmiddelen. Onderzoek zou bovendien aantonen dat hij vaker gebruikmaakt van de leaseauto voor privédoeleinden. De kantonrechter overweegt dat niet is komen vast te staan dat de werknemer voor eigen rekening werkzaamheden heeft verricht. Wel is gebleken dat de werknemer op 26 februari 2017 gebruik heeft gemaakt van de leaseauto. Ook is vast komen te staan dat het bezoek niet in opdracht van de werkgever heeft plaatsgevonden. De werknemer heeft dus ten onrechte voor privédoeleinden gebruikgemaakt van de leaseauto. Dit is strijd met gemaakte afspraken. Uit de overgelegde stukken volgt dat de werknemer wist dat hij de leaseauto niet voor privédoeleinden mocht gebruiken, maar dat hij dit toch regelmatig heeft gedaan. Dit levert een stelselmatige schending van de bedrijfsregels op. De werknemer is in het verleden al meerdere keren gewaarschuwd en heeft ook een laatste waarschuwing gekregen dat ontslag op staande voet zou volgen. In die omstandigheden was er voldoende grond voor ontslag op staande voet. Tevens is sprake van ernstig verwijtbaar handelen. De werkgever heeft alleszins redelijk gehandeld en veelvuldig vertrouwen aan de werknemer gegeven. De werknemer heeft echter misbruik gemaakt van dit vertrouwen. Dit is ernstig verwijtbaar. Daarom heeft de werknemer geen recht op een transitievergoeding.

 

NB. In ECLI:NL:RBLIM:2017:6508 oordeelde een andere kantonrechter, eveneens van de rechtbank Roermond, dat privégebruik van de leaseauto een reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst vormde, maar werd aan de werknemer wel de transitievergoeding toegekend. Of al dan niet sprake is van “ernstige verwijtbaarheid” blijft toch ook een persoonlijke afweging van de kantonrechter. Zie ook «JAR» 2017/209.

Uitspraak

1. De procedure

(...; red.)

2. De feiten

2.1. De werknemer, geboren op (...) 1963, is op 1 februari 2001 bij Asito in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van medewerker schoonmaakonderhoud Industrieel III tegen een loon van € 12,85 bruto per uur voor 38 uren per week, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. De cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf is van toepassing op de arbeidsovereenkomst.

2.2. De werknemer was op zondag 26 januari 2017 bij Hertog Jan te Arcen, een relatie van Asito. Voor het bezoek aan Hertog Jan heeft de werknemer gebruik gemaakt van de bedrijfsauto. Het bezoek aan Hertog Jan stond niet op de werkplanning van de werknemer bij Asito.

2.3. Op 28 maart 2017 is de werknemer op staande voet ontslagen.

3. Het geschil

3.1. De werknemer verzoekt bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

Bij wijze van voorlopige voorziening:

– voor de duur van het geding, Asito te veroordelen tot betaling aan de werknemer van het laatst genoten loon van de werknemer van € 2.417,11 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente, vanaf 28 maart 2017 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd en de werknemer in staat te stellen om de bedongen werkzaamheden te verrichten, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,= per dag dat Asito in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500,=,

– Asito te veroordelen in de proceskosten,

Primair:

– het ontslag op staande voet te vernietigen,

– Asito te verplichten de werknemer binnen 24 uur na dagtekening van deze beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,= per dag dat Asito in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500,=,

– Asito te veroordelen tot betaling aan de werknemer van het laatst genoten loon van de werknemer van € 2.417,11 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente, vanaf 28 maart 2017 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, binnen twee dagen na dagtekening van deze beschikking,

– Asito te veroordelen tot betaling aan de werknemer van een billijke vergoeding van € 5.000,= bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding, binnen twee dagen na dagtekening van deze beschikking,

– Asito te veroordelen in de proceskosten,

Subsidiair, indien het ontslag op staande voet in stand blijft:

– Asito te veroordelen tot betaling aan de werknemer van de transitievergoeding van € 25.029,= bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen transitievergoeding,

– Asito te veroordelen tot betaling aan de werknemer van het bedrag dat op grond van de eindafrekening aan de werknemer verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente,

– Asito te veroordelen aan de werknemer te verstrekken een correcte bruto/netto-specificatie, binnen twee dagen na dagtekening van deze beschikking, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,= per dag dat Asito in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500,=,

– Asito te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Asito heeft verweer gevoerd.

3.3. Asito verzoekt bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

Bij wijze van zelfstandig verzoek, primair:

– de arbeidsovereenkomst tussen partijen per direct voorwaardelijk – indien en voor zover niet uit het onherroepelijk oordeel in een kort geding procedure en/of bodemprocedure omtrent de nietigheid volgt, dat de arbeidsovereenkomst al door het op 28 maart 2017 verleende ontslag op staande voet is geëindigd – te ontbinden op grond van verwijtbaar handelen,

Bij wijze van zelfstandig verzoek, subsidiair:

– de arbeidsovereenkomst tussen partijen per direct voorwaardelijk – indien en voor zover niet uit het onherroepelijk oordeel in een kort geding procedure en/of bodemprocedure omtrent de nietigheid volgt, dat de arbeidsovereenkomst al door het op 28 maart 2017 verleende ontslag op staande voet is geëindigd – te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie,

Bij wijze van zelfstandig verzoek, meer subsidiair:

– de arbeidsovereenkomst tussen partijen per direct voorwaardelijk – indien en voor zover niet uit het onherroepelijk oordeel in een kort geding procedure en/of bodemprocedure omtrent de nietigheid volgt, dat de arbeidsovereenkomst al door het op 28 maart 2017 verleende ontslag op staande voet is geëindigd – te ontbinden op grond van andere dan die hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren,

Indien enige voorwaardelijke vergoeding wordt toegekend:

– uitdrukkelijk te bepalen dat deze voorwaardelijke ontbindingsvergoeding eerst dán verschuldigd en opeisbaar is – zodat deze beschikking/voorwaardelijke vergoeding eerst kan worden geëxecuteerd – als bij enig onherroepelijk geworden (andere rechtelijke beslissing is vastgesteld, dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft bestaan op de dag waarop de kantonrechter de hierbij verzochte beschikking wijst en die arbeidsovereenkomst dus niet al is geëindigd door het op 28 maart 2017 aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet.

Primair, subsidiair en meer subsidiair:

– de werknemer te veroordelen in de proceskosten,

3.4. De werknemer heeft verweer gevoerd.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna

– voor zover relevant – nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet

4.1. De werknemer heeft de onderliggende verzoeken tijdig ingediend, omdat deze zijn ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst door Asito is beëindigd (artikel 7:686a lid 4, onderdeel a, BW).

4.2. Het geschil van partijen betreft de vraag of het door Asito aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet moet worden vernietigd.

4.3. Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor Asito als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van Asito redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

4.4. De dringende reden die is meegedeeld en dus moet worden beoordeeld, is blijkens de ontslagbrief van 28 maart 2017 – kort gezegd – dat de werknemer voor eigen rekening werkzaamheden (vloerenonderhoud) bij Hertog Jan heeft verricht, zonder het hiervoor ontvangen bedrag aan Asito af te dragen, en daarbij voor privédoeleinden (wederom) ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de aan hem ter beschikking gestelde leaseauto en bedrijfsmiddelen van Asito, zoals machines en schoonmaakmiddelen. Daarmee heeft de werknemer de bedrijfsregels van Asito geschonden. Onderzoek heeft daarnaast aangetoond dat in het begin van 2017 veelvuldig gebruik is gemaakt van de leaseauto voor privédoeleinden.

Werkzaamheden bij Hertog Jan

4.5. Asito heeft de dringende reden, inhoudende dat de werknemer voor eigen rekening werkzaamheden bij Hertog Jan heeft verricht, gebaseerd op een mondelinge verklaring van 24 maart 2017 van de manager bij Hertog Jan aan de objectleider bij Asito. De objectleider bij Asito heeft hiervan melding gemaakt aan de vestigingsmanager bij Asito, waarna hij de blackbox in de leaseauto van de werknemer geraadpleegd heeft. Hieruit is gebleken dat de werknemer op 26 februari 2017 tussen 08.04 uur en 12.10 uur aanwezig was bij Hertog Jan. Vervolgens is de werknemer op non-actief gesteld, teneinde nader onderzoek te verrichten. De vestigingsmanager bij Asito heeft op 27 maart 2017 telefonisch contact opgenomen met de manager bij Hertog Jan, die zijn eerdere verklaring aan de objectleider bij Asito nogmaals heeft bevestigd.

4.6. De werknemer heeft echter een verklaring van de manager bij Hertog Jan overgelegd waaruit blijkt dat hij op 26 januari 2017 geen vloerenonderhoud of andere werkzaamheden bij Hertog Jan heeft verricht, maar enkel advies heeft gegeven en daar geen geld voor heeft ontvangen. Met betrekking tot de duur van de aanwezigheid heeft de werknemer ter zitting verklaard na het geven van advies nog een rondleiding bij Hertog Jan gekregen te hebben.

Privégebruik van de leaseauto

4.7. Uit de registratie van de blackbox is daarnaast gebleken dat de werknemer veelvuldig – ten onrechte – gebruik maakt van de leaseauto voor privédoeleinden. Daarbij merkt Asito op dat de werknemer zich in het verleden meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan het gebruik van de leaseauto voor privédoeleinden, en daar reeds meerdere malen – bij brief van 9 juni 2005, 14 februari 2007 en 6 augustus 2013 – op is gewezen. Bij brief van 6 augustus 2013 is aan de werknemer eveneens kenbaar gemaakt dat, indien hij de leaseauto nogmaals voor privédoeleinden zou gebruiken, een ontslag op staande voet zou volgen.

4.8. De werknemer stelt dat hij op 26 februari 2017 in het belang van Asito bij Hertog Jan was, om de zakelijke relatie met de klant van Asito te onderhouden. De werknemer is daarom van oordeel dat hij op 26 februari 2017 geen gebruik heeft gemaakt van de leaseauto voor privédoeleinden. Daarnaast stelt de werknemer dat hij weldegelijk gebruik mocht maken van de leaseauto voor privédoeleinden. Hiervoor had hij namelijk toestemming van de vestigingsmanager bij Asito. Voorts bestaan er bij Asito volgens de werknemer geen (heldere) voorschriften met betrekking tot het gebruik van de leaseauto of andere bedrijfsmiddelen. Indien dit wel het geval was, was de werknemer hiermee onbekend. De eerdere incidenten acht de werknemer te ver in het verleden gelegen. Met de beschuldigingen uit 2007 en 2013 was de werknemer het overigens niet eens. Op deze beschuldigingen heeft hij toen echter niet gereageerd. De werknemer concludeert uiteindelijk dat het ontslag op staande voet disproportioneel is, nu Asito had kunnen volstaan met een waarschuwing dan wel het innemen van de bedrijfsauto.

4.9. De vestigingsmanager bij Asito heeft ter zitting verklaard eenmalig toestemming gegeven te hebben voor het privégebruik van de leaseauto door de werknemer in verband met persoonlijke omstandigheden. Van volledige toestemming voor het privégebruik van de leaseauto is echter nooit sprake geweest. Dit is meermaals aan de werknemer medegedeeld. Ter onderbouwing van dit standpunt overlegt Asito – door de werknemer ondertekende – stukken.

4.10. De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.11. Gelet op de verschillende verklaringen van de manager bij Hertog Jan is onduidelijk of de werknemer op 26 februari 2017 voor eigen rekening werkzaamheden bij Hertog Jan heeft verricht. De kantonrechter is daarom van oordeel dat hierin geen dringende reden voor een ontslag op staande voet gevonden kan worden.

4.12. Evenwel is vast komen te staan dat de werknemer op 26 februari 2017 gebruik gemaakt heeft van de leaseauto. Uit de registratie van de blackbox is gebleken dat de werknemer met de leaseauto naar Hertog Jan te Arcen is gereden. Ook is vast komen te staan dat dit bezoek niet in opdracht van Asito heeft plaatsgevonden. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat vast is komen te staan dat de werknemer op 26 februari 2017 ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de leaseauto voor privédoeleinden.

4.13. De werknemer heeft in strijd met gemaakte afspraken gehandeld. Voor zover de werknemer stelt niet op de hoogte te zijn van deze afspraken, acht de kantonrechter dit onvoldoende aannemelijk. Asito heeft namelijk diverse stukken – zoals de eerder genoemde brieven, waarvan in ieder geval twee ondertekend door de werknemer, én de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ van de belastingdienst – overgelegd. Volgens de kantonrechter is daarmee voldoende aannemelijk geworden dat de werknemer op de hoogte was van het feit dat de leaseauto niet voor privédoeleinden gebruikt mocht worden. Indien dit niet het geval was, heeft de werknemer dit onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd gesteld.

4.14. Vast is daarmee komen te staan dat de werknemer zich in de eerste maanden van 2017 en specifiek op 26 februari 2017 schuldig heeft gemaakt aan het voor privédoeleinden gebruiken van de leaseauto, hetgeen een stelselmatige schending van de bedrijfsregels oplevert. De werknemer heeft voor dit gebruik geen of een onvoldoende valide verklaring gegeven. Daarnaast is gebleken dat in het verleden reeds meerdere waarschuwingen zijn gegeven. Bij de laatste waarschuwing is daarnaast aan de werknemer kenbaar gemaakt dat, indien de werknemer wederom ten onrechte gebruik maakt van de leaseauto voor privédoeleinden, ontslag op staande voet volgt. Nu wederom is gebleken dat de werknemer ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de leaseauto voor privédoeleinden, levert het complex van voornoemde feiten en omstandigheden naar het oordeel van de kantonrechter daarom voldoende grond op voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter acht dit handelen zodanig ernstig dat Asito in redelijkheid kon beslissen dat van haar niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de werknemer te laten voortduren. Het vorenstaande brengt met zich dat het op 28 maart 2017 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is en standhoudt.

4.15. Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Asito kan vernietigen, indien Asito heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en dit ontslag op staande voet aldus heeft geleid tot een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zal het verzoek van de werknemer om vernietiging van dat ontslag worden afgewezen. Er is immers geen sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er ook geen grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. De primaire verzoeken van de werknemer missen derhalve een grondslag en worden afgewezen.

4.16. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat niet enkel sprake is van een dringende reden, maar eveneens sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer. Asito heeft in het verleden meerdere malen geconstateerd dat de werknemer ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de leaseauto voor privédoeleinden. Na deze constateringen is volstaan met een waarschuwing, dan wel een waarschuwing met de consequentie van een ontslag op staande voet voor een eventuele toekomstige constatering van deze overtreding. De kantonrechter is van oordeel dat Asito hierin alleszins redelijk heeft gehandeld en veelvuldig vertrouwen aan de werknemer heeft gegeven. De werknemer heeft echter misbruik gemaakt van het door Asito in hem gestelde vertrouwen. Dit acht de kantonrechter ernstig verwijtbaar. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW kan daarom geen transitievergoeding aan de werknemer worden toegekend. De gevorderde voorlopige voorziening treft hetzelfde lot en zal eveneens worden afgewezen.

4.17. Tussen partijen is nog een punt van geschil of de eindafrekening reeds heeft plaatsgevonden. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer recht heeft op een deugdelijke eindafrekening en een deugdelijke bruto/netto specificatie. De kantonrechter merkt daarbij op dat Asito dit enkel verschuldigd is, voor zover niet door middel van deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat dit reeds aan de werknemer is voldaan.

Het zelfstandig verzoek tot (voorwaardelijke) ontbinding.

4.18. Nu het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het door Asito gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen, is er een rechtsgeldig einde aan het dienstverband gekomen. Aldus doet de voorwaarde waaronder Asito het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, zich niet voor. Dit brengt met zich dat de kantonrechter derhalve niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het zelfstandig verzoek van Asito. De door partijen dienaangaande ingenomen stellingen, behoeven derhalve geen bespreking meer.

Inzake alle verzoeken

4.19. De werknemer zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Asito worden tot op heden begroot op

€ 600,= (salaris gemachtigde, 3.0 punten x € 200,= tarief).

4.20. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de door Asito gemaakte kosten van € 117,=, zijnde griffierecht, in de veroordeling van de werknemer op te nemen omdat Asito had kunnen volstaan met het indienen van een tegenverzoek.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. veroordeelt Asito tot het opmaken en uitbetalen van een deugdelijke eindafrekening onder afgifte van een bruto/netto specificatie, met dien verstande dat op de veroordeling in mindering strekt hetgeen reeds aantoonbaar door Asito is voldaan,

5.2. veroordeelt de werknemer in de proceskosten, aan de zijde van Asito tot op heden begroot op € 600,=,

5.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het anders of meer verzochte af.

Verder lezen
Terug naar overzicht