JBO 2017/112, RvS 12-04-2017, ECLI:NL:RVS:2017:990, 201601276/1/A1 (met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden)

Inhoudsindicatie

Overtreding

Samenvatting

Menggranulaat op zandpaden is geen verharding van deze paden.

Uitspraak

Bij besluit van 18 december 2015 heeft het college het verzoek van BMF om handhavend op te treden tegen het aanbrengen van menggranulaat op een aantal zandpaden in het buitengebied van Rijsbergen afgewezen.

BMF heeft het college verzocht om handhavend op treden tegen het aanbrengen van menggranulaat door de Landinrichtingscommissie Weerijs-Zuid op een aantal zandpaden in het buitengebied van Rijsbergen. De zandpaden in het buitengebied van Rijsbergen waarop het handhavingsverzoek betrekking heeft zijn volgens BMF van grote landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarde. Zij stelt dat deze waarden door het aanbrengen van het menggranulaat verloren zijn gegaan. BMF stelt zich op het standpunt dat het aanbrengen van granulaat als verharden als bedoeld in het ten tijde van belang geldende bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" van 4 september 2012 moet worden aangemerkt. Het verharden van de zandpaden zonder omgevingsvergunning is op grond van de planregels behorende bij het bestemmingsplan zonder vergunning verboden. BMF heeft het college in gebreke gesteld voor het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek en tegelijkertijd beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Ook heeft BMF de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het aanbrengen van het gebruikte menggranulaat niet als verharden als bedoeld in het bestemmingsplan kon worden aangemerkt en dat derhalve daarvoor geen vergunning benodigd was.

De Afdeling is van oordeel dat de zandwegen waarop menggranulaat is aangebracht niet als "verhard" als bedoeld in artikel 1, lid 1.150 kunnen worden aangemerkt. Het menggranulaat bestaat niet uit de in dat artikellid genoemde vaste of gesloten materialen, maar uit losse steen- en betonkorrels die, zoals uit het dossier blijkt, voor het overgrote deel een fractiegrootte tussen de 0 en 32 millimeter hebben. Dat de korrels in het menggranulaat zijn gemaakt door baksteen, beton en andere vaste materialen te vermorzelen, doet daaraan niet af. Door het vermorzelen zijn deze materialen immers van een vaste in een losse vorm omgezet. Het gebruikte menggranulaat is daarmee ook geen vergelijkbaar vast materiaal als bedoeld in lid 1.150. Daarbij is voorts van belang dat het college ter zitting onbestreden heeft toegelicht dat het verkeer op de paden ertoe zal leiden dat het aangebrachte menggranulaat zich na verloop van tijd zal vermengen met de al aanwezige zandlaag daaronder waardoor het zand weer naar boven zal komen. De rechtbank heeft het aanbrengen van het gebruikte menggranulaat dan ook terecht niet als verharden als bedoeld in het bestemmingsplan aangemerkt.

Noot

Het menggranulaat, dat wordt opgebracht op een zandpad, bestaat uit losse steen- en betonkorrels die een fractiegrootte tussen de 0 en 32 millimeter hebben. De korrels in het menggranulaat zijn gemaakt door baksteen, beton en andere vaste materialen te vermorzelen. Door het vermorzelen zijn deze materialen van een vaste in een losse vorm omgezet. Het gebruikte menggranulaat is daarmee ook geen vast materiaal. Bovendien is het van belang dat het verkeer op de zandpaden ertoe zal leiden dat het aangebrachte menggranulaat zich na verloop van tijd zal vermengen met de al aanwezige zandlaag daaronder waardoor het zand weer naar boven zal komen. Dat is ook de ervaring bij zandpaden die bijvoorbeeld met schelpen worden verhard. Deze schelpen verdwijnen in de loop van de tijd en is na enkele jaren niet meer terug te vinden.

Omdat verharden van zandpaden wordt gezien als een aanbrengen van vast materiaal, zoals straatklinkers of betonplaten, kan het aanbrengen van het menggranulaat niet als verharden als bedoeld in het bestemmingsplan aangemerkt. Er is dus geen sprake van strijdig gebruik bij het aanbrengen van menggranulaat. Het menggranulaat bestaat niet uit de in dat artikellid genoemde vaste of gesloten materialen, maar uit losse steen- en betonkorrels die, zoals uit het dossier blijkt, voor het overgrote deel een fractiegrootte tussen de 0 en 32 millimeter hebben. Dat de korrels in het menggranulaat zijn gemaakt door baksteen, beton en andere vaste materialen te vermorzelen, doet daaraan niet af. Door het vermorzelen zijn deze materialen immers van een vaste in een losse vorm omgezet. Het gebruikte menggranulaat is daarmee ook geen vergelijkbaar vast materiaal als bedoeld in lid 1.150. Daarbij is voorts van belang dat het college ter zitting onbestreden heeft toegelicht dat het verkeer op de paden ertoe zal leiden dat het aangebrachte menggranulaat zich na verloop van tijd zal vermengen met de al aanwezige zandlaag daaronder waardoor het zand weer naar boven zal komen. De rechtbank heeft het aanbrengen van het gebruikte menggranulaat dan ook terecht niet als verharden als bedoeld in het bestemmingsplan aangemerkt.

Terecht is dan ook het handhavingsverzoek afgewezen.

mr. drs. D. van der Meijden

Verder lezen
Terug naar overzicht