JOR 2016/90, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-11-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8504, 200.141.949/01, 200.141.416/01 (met annotatie van mr. S.C.M. van Thiel)
Inhoudsindicatie
Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen in faillissement, Omvang en reikwijdte van administratieplicht ex art. 2:10 BW, Fysieke deel van administratie – dat door toedoen curator is zoekgeraakt – valt binnen bereik van art. 2:10 BW, Op curator rust bewijslast omtrent ondeugdelijke administratievoering, Nadere vraag aan deskundige of resterende administratie voldoende is voor conclusie dat niet is voldaan aan art. 2:10 BW, Voorts is in 2004 niet voldaan aan openbaarmakingsverplichting, Bestuurders ontzenuwen vermoeden dat deze onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, Tussenarrest, …| Instantie | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zp Leeuwarden |
|---|---|
| Datum uitspraak | 10-11-2015 |
| Publicatie | JOR 2016/90 (Sdu Jurisprudentie Onderneming & Recht), aflevering 4, 2016 |
| Annotator |
|
| ECLI | ECLI:NL:GHARL:2015:8504 |
| Zaaknummer | 200.141.949/01 |
| Overige publicaties |
|
| Rechtsgebied | Ondernemingsrechtpraktijk |
| Rubriek | Ondernemingsrecht |
| Rechters |
|
| Partijen | In de zaak met rolnummer 200.141.949/01 van: 1. S, 2. M, appellanten, hierna gezamenlijk te noemen de bestuurders, advocaat: mr. J.H. van der Meulen, tegen mr. A.J.H. Geense te Oudkerk, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Betelgeuze BV te Leeuwarden, geïntimeerde, hierna: de curator, advocaat: mr. C. Grondsma, en in de zaak met rolnummer 200.141.416/01 van: 1. W, 2. D, appellanten, advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, tegen: mr. A.J.H. Geense te Oudkerk, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Betelgeuze BV te Leeuwarden, geïntimeerde, hierna: de curator, advocaat: mr. C. Grondsma, en in de zaak met rolnummer 200.148.715/01 van: K, appellant, advocaat: mr. R.S. van der Spek, tegen: mr. A.J.H. Geense te Oudkerk, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Betelgeuze BV te Leeuwarden, geïntimeerde, hierna: de curator, advocaat: mr. C. Grondsma. De appellanten W, D en K worden hierna gezamenlijk ook aangeduid als de commissarissen. |
| Regelgeving |
|