JPF 2017/32, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-12-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10207, 200.185.350/01

Inhoudsindicatie

Beëindiging gezamenlijk gezag, Langdurige en hevige strijd tussen de ouders, Kinderen klem en verloren

Samenvatting

In deze zaak is de vrouw in hoger beroep gekomen van een beschikking, waarbij het gezamenlijk gezag van partijen werd beëindigd en de man met het eenhoofdig gezag werd belast.

In een tussenbeschikking heeft het hof op basis van art. 1:250 BW ambtshalve een bijzondere curator over de twee kinderen benoemd. Gelet op de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling – ook door de raad – is verklaard, is het hof van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat de vader alleen met het gezag over de kinderen wordt belast. Het hof acht een onaanvaardbaar risico aanwezig dat de kinderen bij voorzetting van het gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen de vader en de moeder. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Uit de overgelegde stukken komt naar voren dat de verhouding tussen partijen ernstig verstoord is geraakt en dat sprake is van een langdurige, nog altijd aanhoudende strijd. Als gevolg hiervan verkeren de kinderen in een ernstig loyaliteitsconflict. De bijzondere curator rapporteert dat uit haar gesprekken met de kinderen naar voren komt dat zij nog altijd last hebben van de strijd tussen de ouders en de wijze waarop deze met elkaar omgaan. Voor gezamenlijk gezag is ten minste vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Het hof acht de ouders hiertoe onvoldoende in staat. Zo is gebleken dat de communicatie tussen de ouders over belangrijke beslissingen, zoals over het onderwijs aan de kinderen door een onoverbrugbaar verschil in zienswijze van de ouders werden vertraagd, met als gevolg dat bij beide kinderen sprake is van een grote leerachterstand.

Nu het hof gezamenlijke gezagsuitoefening door de ouders niet in het belang van de kinderen acht, is het hof van oordeel dat de beslissing van de rechtbank om de vader alleen met het gezag te belasten in stand dient te blijven. Uit het rapport van de bijzondere curator is gebleken dat de kinderen bij de vader een stabiele en veilige plek hebben. De kinderen zijn gebaat bij deze stabiliteit. Deze komt niet alleen mogelijk in gevaar als de ouders weer samen beslissingen over de scholing en andere beslissingen moeten nemen, maar ook als de hoofdverblijfplaats van de kinderen opnieuw ter discussie zou kunnen komen te staan, wat mogelijk het geval is, als de moeder weer mede met het gezag wordt belast.

De kinderen hebben aan de bijzondere curator laten weten dat zij hun moeder missen. Het hof acht het dan ook in het belang van de kinderen dat de vader zich thans in samenspraak met de GI zal richten op het verstevigen van de zorgregeling tussen de kinderen en de moeder.

Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

(...; red.)

2. De verdere beoordeling

2.1. Het hof heeft in zijn tussenbeschikking van 28 juli 2016 ambtshalve mevrouw [C] als bijzondere curator ex artikel 1:250 BW benoemd. Het hof heeft de bijzondere curator verzocht om te onderzoeken hoe het met de kinderen is, wat de gevolgen voor hen zijn van de strijd tussen de ouders en wat hun mening hierover is, en ook – hoewel strikt genomen niet in geschil in deze procedure – over hun hoofdverblijfplaats.

2.2. De bijzondere curator heeft op 10 oktober 2016 aan het hof gerapporteerd. Het hof zal de rapportage van de bijzondere curator in zijn beoordeling betrekken.

2.3. Gelet op de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling – ook door de raad – is verklaard, is het hof van oordeel dat het in het belang is van de kinderen dat de vader alleen wordt belast met het gezag over de kinderen. Het hof acht een onaanvaardbaar risico aanwezig dat de kinderen bij voortzetting van het gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen de vader en de moeder. Daartoe overweegt het hof als volgt.

2.4. Uit de overgelegde stukken komt naar voren dat de verhouding tussen partijen ernstig verstoord is geraakt en dat sprake is van een langdurige, nog altijd aanhoudende strijd. Uit het raadsrapport van 27 juni 2015 kwam al naar voren dat de kinderen als gevolg hiervan in een ernstig loyaliteitsconflict verkeerden. De bijzondere curator rapporteert dat uit haar gesprekken met de kinderen naar voren komt dat de kinderen in hun dagelijkse leven nog altijd last hebben van de strijd tussen de ouders en de manier waarop de ouders met elkaar omgaan. [de minderjarige2] ervaart lichamelijke spanning. Zo geeft zij aan zich gespannen en ziek te voelen als ze bemerkt dat haar ouders conflictueus met elkaar omgaan. [de minderjarige1] is huiverig voor ontmoetingen tussen zijn ouders en heeft schuldgevoelens over de scheiding. Hij ervaart chaos in zijn hoofd. Uit de gegevens van zowel de school als de speltherapeut komt een beeld naar voren van een jongen die het moeilijk heeft, klem zit en overbelast en geparentificeerd is.

2.5. Voor gezamenlijk gezag is ten minste vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond hun kinderen kunnen voordoen zodanig dat de kinderen niet klem of verloren raken tussen de ouders. Het hof acht de ouders hiertoe onvoldoende in staat. Gebleken is dat de communicatie tussen de ouders over belangrijke beslissingen over de kinderen tot de bestreden beschikking moeizaam verliep en dat beslissingen over het onderwijs aan de kinderen werden vertraagd door een onoverbrugbaar verschil in zienswijze van de ouders. Bij beide kinderen is sprake van een grote leerachterstand die het gevolg lijkt te zijn van te weinig en onderbroken onderwijs in het verleden. Uit het gesprek van de bijzondere curator met de schoolleider van de school van de kinderen komt naar voren dat [de minderjarige1] als gevolg van de strijd tussen de ouders langer dan nodig extra ondersteuning hiervoor heeft gemist. Nu de moeder blijkens haar “Analyse op het rapport van de bijzondere curator” nog altijd van mening is dat het huidige onderwijs niet goed is voor [de minderjarige1] – de moeder voedt de kinderen op vanuit een sociocratische visie en is voorstander van een humanistische school – valt naar het oordeel van het hof niet te verwachten dat de ouders in de toekomst beslissingen over de scholing van hun kinderen wel in gezamenlijk overleg zullen kunnen nemen. Momenteel verloopt informatieverstrekking van de vader aan de moeder door tussenkomst van de gezinsvoogd.

2.6. Nu het hof, zoals hiervoor overwogen, gezamenlijke gezagsuitoefening door de ouders niet in het belang van de kinderen acht, is het hof van oordeel dat de beslissing van de rechtbank om de vader alleen met het gezag over de kinderen te belasten in stand moet blijven. Uit het rapport van de bijzondere curator is gebleken dat er de afgelopen periode, waarin de vader al alleen met het gezag was belast, relatieve rust in het gezinssysteem is ontstaan. De kinderen hebben aangegeven dat de ouders niet meer zo boos tegen elkaar doen en de ouders hebben in elk geval de intentie uitgesproken dat zij zonder strijd met elkaar willen omgaan. Uit het rapport van de bijzondere curator komt verder naar voren dat [de minderjarige2] en [de minderjarige1] goed gedijen bij hun vader in [B]. Ze hebben daar een stabiele, veilige plek en verbondenheid met leeftijdsgenoten en familie. [de minderjarige2] en [de minderjarige1] zijn naar het oordeel van het hof, mede gelet op de door de bijzondere curator geadviseerde, nog in te zetten hulpverlening, gebaat bij deze stabiliteit. Deze komt niet alleen mogelijk in gevaar als de ouders weer samen beslissingen over de scholing van hun kinderen en andere beslissingen moeten nemen, maar ook als de hoofdverblijfplaats van de kinderen opnieuw ter discussie zou komen te staan, hetgeen mogelijk het geval zal zijn als de moeder weer mede met het gezag over de kinderen wordt belast. Het hof acht dit niet in het belang van de kinderen.

2.7. Beide kinderen hebben aan de bijzondere curator aangegeven dat zij hun moeder missen. De bijzondere curator heeft in haar rapport opgemerkt dat de vader meewerkend is aan een goede zorgregeling, waarbij stabiliteit maar ook flexibiliteit voor hem prioriteit heeft. Het hof acht het dan ook in het belang van de kinderen dat de vader zich thans in samenspraak met de GI zal richten op het verstevigen van de zorgregeling tussen de kinderen en de moeder. Daarnaast acht het hof het ook van belang dat beide ouders de adviezen die de bijzondere curator aan hen heeft gegeven ter harte zullen nemen.

2.8. Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover daarbij het gezamenlijk gezag van partijen is beëindigd en is bepaald dat de vader met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige2] en [de minderjarige1] is belast.

3. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 10 november 2015, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Verder lezen
Terug naar overzicht