JV 2008/112, RvS 14-01-2008, BC2492, 200705629/1

Inhoudsindicatie

Procesorde, beginselen van een goede, Beroep, aanvullende gronden, Reis- en identiteitspapieren, Hoger beroep, grievenstelsel, Kinderverdrag

Samenvatting

De vreemdeling stelt terecht dat de rechtbank zijn beroep op art. 3, 14 en 19 IVRK ten onrechte buiten de beoordeling van het besluit heeft gelaten. Deze aanvullende beroepsgrond is binnen de door de wet en de goede procesorde begrensde mogelijkheden aangevoerd en diende als tijdig ingediend te worden beschouwd. Bovendien heeft de rechtbank niet onderkend dat de desbetreffende beroepsgrond direct verband houdt…

Verder lezen
Terug naar overzicht