Kabinetsreactie op Pikmeerarrest (1997.17.2191)


Bij de controle op een correctie van mogelijk strafbaar handelen van overheidsorganen moeten volgens het kabinet de politieke en bestuurlijke controlemechanismen voorop staan. Dit schreef het kabinet op 4 april 1997 aan de Tweede Kamer op het Pikmeerarrest van de Hoge Raad, zie Notafax 1996 nrs 222 en 316; ND o.a. 96.37.2342.

Er dient een goede politieke en bestuurlijke controle te zijn op het overheidshandelen. Deze controle blijkt in de praktijk soms tekort te schieten met name bij de handhaving van het ordeningsrecht (bijv. op het terrein van het milieu). Het kabinet wil daarom op korte termijn de toepassing van bepaalde controle-instrumenten verbeteren. In de brief worden daaromtrent enige gedachten weergegeven.

Wat de strafrechtelijke controle betreft laat de huidige stand van rechtspraak naar het oordeel van het kabinet ruimte voor vervolging van overheidsorganen indien hun handelen redelijkerwijs niet meer tot de uitvoering van hun overheidstaak kan worden gerekend. De minister van Justitie heeft inmiddels het College van procureurs-generaal verzocht op korte termijn voorstellen te ontwikkelen voor een gericht opsporings- en vervolgingsbeleid, waardoor de grenzen van de aansprakelijkheid van overheidsorganen zich in de rechtspraak kunnen uitkristalliseren. In het geval die ontwikkeling daartoe aanleiding mocht geven, zal wetswijziging worden overwogen.

NJB nr 16, 18 april 1997 blz. 749

Verder lezen