Kamer voor medezeggenschap buitenlandse fusie


Werknemers van een buitenlandse vestiging van een Nederlands bedrijf moeten voortaan dezelfde mate van medezeggenschap hebben als hun Nederlandse collega’s. Dat geldt ook als het bedrijf door een fusie tot stand gekomen is en de werknemers in het andere land daarvoor op basis van nationaal recht minder medezeggenschap hadden. Dat staat in een wetsvoorstel werknemersmedezeggenschap bij grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen (KST 34012,2) dat de Tweede Kamer donderdag als hamerstuk heeft aangenomen.

Het kabinet wijzigt het Burgerlijk Wetboek na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Dat oordeelde in 2013 dat Nederland een Europese richtlijn over grensoverschrijdende fusies niet is nagekomen. Daardoor is niet verzekerd dat werknemers van het gefuseerde bedrijf werkzaam in vestigingen buiten Nederland dezelfde rechten hebben als werknemers in Nederland.

In de wet wordt nu geregeld dat er bij een grensoverschrijdende fusie tussen de te fuseren bedrijven ook onderhandeld moet worden over de mate van werknemersmedezeggenschap. Als zij er niet uit komen, dan gelden er automatisch Europese standaardregels. Het gaat om bedrijven waarvan het hoofdkantoor in Nederland komt te staan. Jaarlijks zijn er ongeveer honderd grensoverschrijdende fusies, stelt minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. Hij schat dat er jaarlijks bij vijf van hen aanvullende afspraken gemaakt moeten worden.

Bron: SConline 23 januari 2015

Verder lezen
Terug naar overzicht