Kamervragen beantwoord over het recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek


Samenvatting

De minister beantwoordt Tweede Kamervragen over onduidelijkheid rondom het recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek (art. 3.120 Wet IB 2001). In de antwoorden weerspreekt de minister dat recht zou bestaan op zestig jaar hypotheekrenteaftrek. Verder gaat hij in op enige voorbeelden van de toepassing van het recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek.

Nieuwe regelgeving

Vragen van het lid Bashir (SP) aan de staatssecretaris van Financiën over onduidelijkheid rondom het recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek. (Ingezonden 19 januari 2010)

Vraag 1 en 2

Kent u het artikel ‘Zestig jaar renteaftrek!?1 Wat is uw reactie op het artikel? Kunt u daarbij ook ingaan op de in het artikel gegeven voorbeelden? Hoe moet het wetsartikel over aftrekbare kosten eigen woning (artikel 3.120, Wet inkomstenbelasting 2001) gezien worden wat betreft de periode van de aftrekbaarheid van de rente over de hypotheekschuld? Heeft een ieder afzonderlijk, ongeacht of hij/zij samenwoont of gehuwd is recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek of worden fiscale partners of gehuwden die renteaftrek genieten geacht gezamenlijk dertig jaar renteaftrek te hebben?

Antwoord 1 en 2

Het bedoelde artikel is mij bekend. In reactie daarop geef ik hierna aan hoe de 30-jaarsperiode van renteaftrek in artikel 3.120 van de Wet IB 2001 binnen de huidige wetsystematiek moet worden toegepast. De 30-jaarstermijn is opgenomen binnen de eigenwoningregeling. Binnen die regeling is de aanwezigheid van een eigenwoningschuld (EWS) in de zin van artikel 3.119a van de Wet IB 2001 bepalend voor het recht op renteaftrek. In het verlengde daarvan is de renteaftrekbeperkende 30-jaarstermijn ook afhankelijk van de aanwezigheid van…

Verder lezen
Terug naar overzicht