Kantonrechter Alkmaar 10-11-1999 (De Klerk), Prg. 2000, 5433


Kennelijk onredelijk ontslag. Ziekte. Schadeloosstelling.

Een 55-jarige magazijnchef, 40 jaar in dienst, salaris NLG 5.645,17 bruto per maand, wordt met toestemming van de RDA ontslagen na ruim twee jaar ziekte. De werknemer vordert op grond van kennelijk onredelijk ontslag een vergoeding van NLG 345.112,80 bruto, stellende dat hij arbeidsongeschikt is geworden door psychische en fysieke overbelasting, dat de werkgever geen andere functie heeft aangeboden en zijn reïntegratieverplichtingen niet is nagekomen. De werkgever meent onder andere door middel van belastingsonderzoeken voldoende in het werk te hebben gesteld de werknemer te laten reïntegreren. Alle deskundigen, inclusief de Arbo-arts, hebben geconstateerd dat terugkeer niet mogelijk was. De werkgever verzoekt subsidiair matiging van de schadevergoeding, omdat de werknemer destijds geweigerd heeft het WAO-gat te verzekeren en gezien de ongunstige financiële situatie van de werkgever. De kantonrechter is van oordeel dat de gevolgen van de beëindiging voor de werknemer te ernstig zijn in verhouding tot het belang van de werkgever bij beëindiging. Aannemelijk is dat de werknemer onvoldoende begeleiding en ondersteuning heeft ondervonden en dat het mislukken van de reïntegratie de werkgever is toe te rekenen. Het gaat dan ook niet aan de werknemer zonder vergoeding af te vloeien, waarbij de kantonrechter verwijst naar HR 25-06-1999 (Driessen/Boulidam, JAR 1999, 149, NJ 1999, 601, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 171). Gelet op de duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer, zijn geringe kansen op de arbeidsmarkt, alsmede het feit dat werkgever gedurende twee jaar het ziekengeld heeft aangevuld, wijst de kantonrechter een schadevergoeding van NLG 220.000,-- bruto toe.

Terug naar overzicht