Kantonrechter Amsterdam 01-08-2001 (Marres), JAR 2001, 190


Voorlopige voorziening. Schorsing. Ontbinding gewichtige redenen. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 190.

Na een eerder dienstverband is de werkneemster per 1 september 1998 andermaal bij de werkgever in dienst getreden. Sinds 1 januari 2001 vervulde zij de functie van Manager Storage Systems Group Nederland. Tijdens een bespreking op 11 juni 2001 heeft de werkgever haar met onmiddellijke ingang uit haar functie ontheven. De werkneemster kan zich hiermee niet verenigen en vordert bij wege van voorlopige voorziening weder- tewerkstelling in haar functie. De werkgever heeft inmiddels een ontbindingsverzoek ingediend. De kantonrechter overweegt dat in de procedure ex art. 116 Rv onderzocht moet worden of de ontheffing uit de functie van de werkneemster zich verdraagt met de eisen van goed werkgeverschap. Dat betekent dat wel belang kan worden gehecht aan de aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegde feiten, maar niet aan het feit dat er mogelijk een gerede kans is dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst binnenkort op grond van die feiten zal ontbinden. Dat een eventuele wedertewerkstelling slechts van korte duur zou kunnen zijn als de ontbinding spoedig zou volgen, doet daar evenmin aan af. Verder overweegt de kantonrechter dat in dit geding ook niet decisief is of de werkneemster als manager zozeer tekortschoot dat zij voor de functie ongeschikt moet worden geacht. De kantonrechter aanvaardt niet het betoog van de werkgever dat zodanig tekortschieten in een hogere positie dan die van de werkneemster op zichzelf al voldoende grond oplevert om haar van het ene moment op het andere uit haar taken te ontzetten. Voor de in dit geding te geven beslissing is bepalend of van een tijdelijke continuering van het beweerde tekortschietend functioneren van de werkneemster zodanige gevolgen te verwachten waren dat onmiddellijke ontheffing uit de functie een redelijke maatregel was. Dit is volgens de kantonrechter niet het geval. Derhalve dient de werkgever de werkneemster weer tot het werk toe te laten

Terug naar overzicht