Kantonrechter Amsterdam 02-04-1999, JAR 1999, 95 (Von Meijenfeldt)


Ontbinding gewichtige redenen. Ongewenste intimiteiten. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 95.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 47-jarige op non-actief gestelde sales manager, 21/2 jaar in dienst, salaris NLG 8.000,-- bruto per maand, primair op grond van een dringende reden (ongewenste intimiteiten) en subsidiair op grond van gewijzigde omstandigheden. De werknemer zou zich schuldig hebben gemaakt aan ongewenst intiem gedrag tegenover een ondergeschikte werkneemster (en tegenover klanten van werkgever). De werknemer betwist de dringende reden en maakt ingeval van ontbinding aanspraak op een vergoeding van NLG 90.720,-- bruto. De kantonrechter overweegt dat aangezien de werknemer erkent dat de arbeidsverhouding is verstoord, deze dient te worden ontbonden. Kern van het verzoek is dat de werknemer zich schuldig zou hebben gemaakt aan ongewenste intimiteiten ten opzichte van een ondergeschikte. Gezien de schriftelijke verklaring van deze ondergeschikte acht de kantonrechter het voorstelbaar dat de werknemer door zijn gedrag een onaangename werkomgeving heeft geschapen en dat daarmee aan de wettelijke omschrijving van seksuele intimidatie is voldaan. De genoemde feiten zijn echter niet zodanig dat een ieder zich daardoor ongemakkelijk zou zijn gaan voelen. Dit klemt temeer nu de betreffende ondergeschikte de werknemer op geen enkele manier heeft laten weten van zijn opmerkingen niet gediend te zijn en een positieve evaluatie over haar leerperiode bij de werknemer heeft opgemaakt. Door de reactie van de werkgever (schorsing en onderzoek) is de positie van de werknemer binnen het bedrijf onmogelijk geworden. Dat de werknemer een zodanig verwijt van zijn gedrag kan worden gemaakt dat schorsing en ontbinding op grond van dringende reden gerechtvaardigd is, is niet komen vast te staan. Het vastlopen van de arbeidsrelatie is dan ook in overwegende mate aan de werkgever toe te rekenen en de kantonrechter stelt de vergoeding vast op NLG 45.000,-- bruto.

Terug naar overzicht